Religieuze momentjes

Onlangs was ik in de regio Oldenzaal te vinden. De bouwvakkers kwamen de voegen uit mijn woning hakhameren en ’t uitje was dus best een verplicht nummer, ook al stond het al zoveel langer op mijn verlanglijstje. Ik wil er misschien ooit gaan wonen. Ik bezichtigde een kerk te Losser, alwaar ik werd gegrepen door de voor in de kerk liggende, vrije vertaling van De 14 ziekten, uit het werk van de zo lekker linkse paus Franciscus. Dergelijk houtsnijdende boodschappen zijn maar dun gezaaid. En niet alleen in de kerk.

Niet dat ik ineens kerkelijk ben geworden. Ik kom er voor het historische. En nu ik dat zo schrijf, misschien toch ook wel voor het spirituele. Niks leuker dan moederziel alleen ronddwalen in een antieke / doorleefde kerk.

Afgelopen jaar doorleefde ik ook zoiets bijzonders in een kerk

Het ging toen om de grote / de Clemenskerk te Steenwijk. Het liep tegen kerst en, diehard blote voetenfreak als ik ben, dwaalde ik er op teenslippers door de ijzige avondschemering aan voorbij. En juist op ’t moment dat ik de kerk in het mysterieuze licht van een straatlantaarn vastlegde, doemde er die man op uit de duisternis. “Bent u van de gemeente?” Ik vertelde dat ik geïnteresseerd was in de kerk en dat ik een sfeerplaatje wilde schieten. “Oh, nee prima, de gemeente zou namelijk nog komen om de lantaarn recht te zetten.” We raakten in gesprek. Meneer bleek beheerder van de kerk te zijn. Of ik de kerk van binnen wilde bekijken. Wow, wat zei die man? Ik werd enthousiast. De sleutel ging in de deur en ’t licht was daar. Meneer leidde mij rond door het monumentale gebouw en vertelde over verleden, heden en toekomst. Zelfs het ingenieuze proces waarmee de oude kroonluchters tot ledverlichting zouden worden gemoderniseerd werd mij beschreven. Uiteindelijk – zo’n 3 kwartier later – kwam ik het pand te verlaten met een bijzonder goed gevoel. Dit was in mijn ogen hoe een kerk hoorde te zijn. Ik was die zonderlinge figuur op teenslippers in de ijzige duisternis geweest, die uitgebreid naar binnen was genodigd. Liep diegene waar de kerk op is gestoeld ook niet op blote voeten of teenslippers? Evenals paus Franciscus begreep ook deze meneer de essentie van waar het in de kerk om moet gaan. Zeldzaam. Kerstgevoel tot in mijn tenen.

Beste Herman

Wij hebben iets gemeen. We stotterden vroeger allebei. Ik nog steeds. Jij bent het verleerd.

Ik was al vroeg bewonderaar van beroemdheden die hebben gestotterd. Ed Nijpels, Mozes…

Ik las eens een interview met Woody Allen, waarin hij beschreef hoe dat onhandige, lelijke eendje, dat hij in zijn jeugdjaren was geweest, had geleerd dat grappig zijn loonde. Hij had een 2e natuur ontwikkeld.

Ik herken dat. Jij misschien ook.

Dat continu bezig zijn met…

Afgelopen jaar liep ik eens een stotteraarster tegen het lijf. Zij begreep in 2 minuten waar de rest van de wereld zich waarschijnlijk wel voor altijd over zal blijven verbazen.

Herman, het ga je goed!

Groeten van Bernardus

Een INFJ

In 1921, gepubliceerde Carl Jung psychologische typen, waarin hij mensen gecategoriseerde in primaire vormen van psychologische functies. In de jaren 1940 bouwden Katharine Cook Briggs en haar dochter, Isabel Briggs Myers voort op het door Jung ontwikkelde onderzoek en ontwikkelden hun eigen theorie over psychologische types waarin 16 persoonlijkheden werden opgevoerd. Nu ben ik niet zo van de persoonlijkheidstests, maar een artikel op LinkedIN haalde mij over. De uitslag was treffend. Echt een eyeopener.

Beslommeringen

Vanmiddag gewandeld met mijn hoogbejaarde vriendin, die woonachtig is in Lindestede, Wolvega. Het was een zeldzaam mooie nazomerdag.
Maar, ze bleek opgewekt, al voordat ik binnenkwam. Zodat ik niet de indruk kreeg, dat ik op dat moment iets toevoegde aan haar bestaan.

Wel vielen mij een paar, erg persoonlijke persoonsbeschrijvingen van ons beider voorouders ten deel. Tante Aaf, het haar achterover, stokdoof, lange rokken en de kachel veel te heet. Tante Gel, veel te warm gekleed, omdat de mooiste kleding toentertijd veel te warm was. Dan haar schoonmoeder Trijntje, Gels zuster, waar wijlen haar man, die ik nog goed heb gekend, dat wat kritische karakter van had gekregen. Tan Gel was wat makkelijker. Er verscheen een glimlach op het gezicht.

Idee

Zoals je wellicht al hebt opgemerkt, kom ik graag op begraafplaatsen. Ik ben namelijk geïnteresseerd in familie- en streekgeschiedenis, maar ik kom er ook om sfeer te snuiven. De stilte en het idee dat de begravenen nu allemaal van de aardbol verdwenen zijn. Wie weet waart er nog wat rond en kan ik nog wat ontwaren. Interessant, als je er van houdt.

De afgelopen weken – na de verhuizing – ben ik veel te vinden geweest op de begraafplaatsen van Weststellingwerf. Daar is nog veel geschiedenis te vinden. Op het met liefde onderhouden hofje van Oldeholtwolde is zelfs nog een graf uit de 18e eeuw te bewonderen, met schitterend gerestaureerde steen.

Wobbigje 1794 overleden - begraafplaats Oldeholtwolde

Ik vind dat dit veel toevoegt aan een begraafplaats.

Op de meeste begraafplaatsen worden graven geruimd, zodra er niet meer wordt betaald. Er ontstaan dan veel lege plekken. Waarom zou je dat willen als beheerder, zolang je de ruimte nog helemaal niet nodig bent? Waarom moet alles om geld draaien, ja zelfs na de dood nog? Wat is nou mooier, belangrijker en sfeervoller op een begraafplaats dan oeroude grafstenen, een verleden?

Mijn idee is dus om graven niet te ruimen, zolang er ruimte voor is.

Melkbussen van mijn vader

Gisteren hielp ik mijn neven een dag met het leeghalen van het huis van hun onlangs overleden moeder. Ik zou ook wat spulletjes mogen uitzoeken.

Dat leek mij aanvankelijk niet zo’n goed idee. Minder is bij mij beter. Ik ben een opruimer. Desondanks stonden er halverwege de dag toch een aantal planten, lp’s, een stel Friese doorlopers en een heel prachtig droogboeket in mijn auto.

Er werden veel zaken uitgeschift en in bananendozen gepakt en aan het einde van de dag doken we ’t fietsenhok nog in. Wat te eten scoren uit de vrieskist. Daarbij viel mijn oog direct op de melkbus die daar op mij stond te wachten. ’t Moest wel zo zijn. Met nummer 779, het busnummer van mijn vader. Schitterend!!

Ik bezit overigens nòg een melkbus van mijn vader en heb altijd gedacht dat dat de laatste was, die nog in de originele staat verkeerde. Onbeschilderd en met nummer en blauwe, reflecterende tape. De bus behoorde oorspronkelijk toe aan de melkfabriek van Oldeberkoop en zal na opheffing daarvan naar De Takomst in Wolvega zijn gegaan. Ik vermoed dat fabrieken soms ook melkbussen van elkaar kochten.

Ik herinner mij dat wij destijds gewoon waren te praten over hoeveel melkbussen boeren bij de weg hadden staan. Grote boeren hadden er wel 12 en wij hadden er ongeveer 6.

Twee andere melkbussen, een melkemmer en een “soepebuske”, allen eens gebruiksvoorwerp van mijn vader, zijn beschilderd.

Na een gezellige opruimdag schotelde mijn neef ons nog een heerlijke, warme maaltijd onder de neus. Een uurtje later trokken wij de deur achter ons dicht. Voldaan en verzadigd.

De 2 laatste nog in originele staat verkerende melkbussen van mijn vader. Links de bus die ik sinds mijn jeugd had en rechts de nieuwkomer...
De 2 laatste nog in originele staat verkerende melkbussen van mijn vader. Links de bus die ik sinds mijn jeugd had en rechts de nieuwkomer…