Felrode kleuren

Gedurende de zomer van 1993 werkte ik bij een boer in Hernejärvi, bij Lisalmi. Google het maar even. De man runde er samen met zijn vrouw een boerenbedrijf met melkkoeien en bosbouw. Ik weet nog hoe hij mij direct al waarschuwde voor de bossen. “You easily can get lost in there! Don’t go too far!” Eigenwijs als ik was zou ik dat daarna natuurlijk al snel komen te ondervinden. Geluk bij dat ongelukje was dat ik daarbij zo kien was om mij naar een hoog punt te begeven. Ik was vrij snel weer “in control”. De boerderijen zijn er in felrode kleuren geschilderd.


De huishouding bestond uit een jong gezin met dochtertje en ma’s tijdelijk inwonende ouders. Die laatsten waren bezig met de bouw van een authentieke boomstammenwoning voor hunzelf. Wel weer met zo’n plaatstalen dak trouwens. Daken met dakpannen zijn namelijk niet 100% bij zoveel sneeuw. Marti, ma’s pa, vertelde dat wonen in een houten woning veel gezonder is dan wonen tussen bakstenen of beton. Dat is overigens wetenschappelijk ook aangetoond. Radonstraling. Het zit ook in modder. Nee, Marti was wel een man van de natuur / het oude stempel. Een van zijn andere tips was om een pol gras in de mond te doen als je onverhoopt in een wespennest was gelopen. Dan laten ze je met rust. De tip bleek te werken. Misschien omdat planteneters geen bedreiging zijn. Ik kan mij voorstellen dat je ’t niet gelooft, maar onthoud het toch maar. De kans dat je ooit eens aan een zwerm ten prooi valt is groot.

Maaien met de zeis. Dagelijkse kost. De stier vrat een kruiwagen per dag. Mijn vader was er een meester in.

Ik had niet veel privacy, voelde daar ook niet veel behoefte toe, maar had wel mijn eigen slaapkamertje op zolder. Naast dat harde bed met de ouderwetse sprei en het opgeslagen antieke meubilair, stond daar een zilverkleurig jaren 60-radiootje met cassettespeler. Ik kom ter zake, want ik zou de opnames die ik daar mee maakte later grijs komen te draaien. Het ging om enkele opvallend hartstochtelijk uitgevoerde werken voor piano. Chopin. Daaronder was ook dat meesterwerk, het Nocturno opus 27 no 2, waar ik verder eigenlijk geen mij aansprekende opname van ken. Omdat de presentatie van de uitzending Finstalig was, kon ik er helaas niet uit opmaken om welke pianist het ging. En deze vraag zou mij daarna niet meer loslaten. Het toeval wil dat ik het mysterie pas zeer onlangs, ruim 24 jaar na dato, wist te ontrafelen.

Het blijkt om Youri Egorov te gaan. De heel erg jong-ogende foto op de inlay zaaide nog even verwarring, maar er is er echt maar één die het op deze manier speelde. Speelde, want de Rus blijkt al in 1988 te zijn overleden. Vijf jaar voor mijn trip naar Finland, in Amsterdam. Zijn urn werd bijgezet te Driehuis. Misschien dat ik de site nog eens bezoek. Ik heb wel iets met begraafplaatsen.

Het wonder is geschied.

Onderstaand mijn opname van cassette verses de geremasterde op Spotify.

Begrafenispraat

Vanmiddag kwam ik met een collega te spreken over crematies en begrafenissen. Wat mij daarbij vooral in het oog sprong is, het idee dat crematies beter zijn voor de eventuele nabestaanden. De rekeningen van een begrafenis blijven immers maar komen en daarmee wordt men opgezadeld met het dilemma, dat men niet voor eeuwig kan blijven betalen en dat er dus ooit zal moeten worden geruimd.

Wanneer?

Er kwamen wat voorbeelden ter tafel, maar ik ken zelf ook best wel gevallen. Waarbij graven van toch best wel vermogende mensen, oneerbiedig snel zijn geruimd.

Wist je dat je ook helemaal niet 60 jaar van tevoren kunt betalen, zoals ik dat in gedachten had? Jazeker, de man had een punt. Zo had ik er nog nooit over nagedacht. Voordeel van een crematie is ook dat je je as over een jouw dierbaar gebied kunt laten uitstrooien en dat het daar dan voor eeuwig blijft en in kan doordringen.

Mijn testament hierop aangepast.

Ik wil worden begraven, zolang men mij niet al na 20 jaar wil laten ruimen. Dat dwingt tot discussie vooraf. Ik vond dat wel slim.

Idee

Zoals je wellicht al hebt opgemerkt, kom ik graag op begraafplaatsen. Ik ben namelijk geïnteresseerd in familie- en streekgeschiedenis, maar ik kom er ook om sfeer te snuiven. De stilte en het idee dat de begravenen nu allemaal van de aardbol verdwenen zijn. Wie weet waart er nog wat rond en kan ik nog wat ontwaren. Interessant, als je er van houdt.

De afgelopen weken – na de verhuizing – ben ik veel te vinden geweest op de begraafplaatsen van Weststellingwerf. Daar is nog veel geschiedenis te vinden. Op het met liefde onderhouden hofje van Oldeholtwolde is zelfs nog een graf uit de 18e eeuw te bewonderen, met schitterend gerestaureerde steen.

Wobbigje 1794 overleden - begraafplaats Oldeholtwolde

Ik vind dat dit veel toevoegt aan een begraafplaats.

Op de meeste begraafplaatsen worden graven geruimd, zodra er niet meer wordt betaald. Er ontstaan dan veel lege plekken. Waarom zou je dat willen als beheerder, zolang je de ruimte nog helemaal niet nodig bent? Waarom moet alles om geld draaien, ja zelfs na de dood nog? Wat is nou mooier, belangrijker en sfeervoller op een begraafplaats dan oeroude grafstenen, een verleden?

Mijn idee is dus om graven niet te ruimen, zolang er ruimte voor is.

Dyeing the moonshine

cheap wine
to align
the stars
and to dye
the darkness

and the moonshine

o dearest friend of mine

cheap wine
to cross
the marking line

to forget

that angelical face of thine

Even grasduinen

Ongemerkt, bij het zien van een inspirerende film,  kwam in mijn gedachten opborrelen, het antwoord op een heel interessante vraag.

Het onderwerp der onderwerpen in mijn hoofd is momenteel hoe te gaan wonen. Ga ik voor een woonwagen, een zelfgetimmerd keetje, die kamer in de woongemeenschap, dat hutje op de hei, of…

Stel je voor dat ik, zoals Dr. Who, kon wonen in een Tardis. Van buiten klein, van binnen zeer ruim. Hij kan er onder meer mee tijdreizen door alles wat was, is en zal zijn. Natuurkundigen zijn het er overigens over eens dat tijdreizen waarschijnlijk nooit mogelijk zal zijn. De vraag is ook of wij het moeten WILLEN.

Stel dat het wèl zou kunnen. Ons simpele bestaan van geboren worden en sterven, zou er compleet door worden ontwricht. Is de beperking van het niet kunnen tijdreizen niet juist waardevol in ons leven? Zonder verdriet is er geen troost. Zonder onwetendheid is er geen hoop.

Tijdreizen zou bovendien erg gevaarlijk zijn. Als iedereen zou kunnen tijdreizen, zou het heden continu veranderen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat je vrouw en kinderen ineens nooit hebben bestaan.

’t Beeld met de wedstrijd werd steeds kleiner

Ik droomde vannacht dat ik een vriend bezocht. Hij was getrouwd en had een dochtertje. Zijn vrouw was niet thuis en hij organiseerde een feestje.

Ik kwam aan in het donker. Hij was nog een beetje aan het hobbyen in zijn werkplaats. Het ging er bijzonder gemoedelijk aan toe. Iedereen was ontspannen, er werd heel weinig gesproken en iedereen ging volmaakt zijn eigen gang. Er hing een kalme sfeer van geluk in de lucht.

Mijn vriend ging door met wat hij aan het doen was, lachte af en toe wat en zijn hond liep stilletjes tussen de bedrijvigheden door. Ik begon wat op te ruimen. Ik legde wat smerige, over elkaar liggende vloerplaten recht en veegde dezen schoon. De omgeving werd slechts verlicht door een schaars lampje en wat schijnsel van de maan.

Na verloop van tijd gingen we naar binnen. We gingen niet bij elkaar zitten, maar deden precies wat we op dat moment zelf wilden doen. Mijn vriend zat aan een tafel met zo’n ouderwets tafelkleed, samen met zijn dochtertje. Ook hier was het bijna donker, maar in het schijnsel van een klein lampje bij de tafel zagen wij elkaar goed. Ik ging er ook bij zitten en het voelde volmaakt vertrouwd. We spraken slechts af en toe een paar woorden. Er werd geglimlacht; we begrepen elkaar zonder woorden. We spraken alleen omdat we vonden dat er toch wat gepraat moest worden. We lachten om ons vroegere biergebruik. Nu werd er niks gedronken.

Later vond ik mijzelf elders in zijn huis. Er was zoveel vertrouwen dat we ook van elkaars aanwezigheid genoten als wij niet in dezelfde ruimte waren. Na een tijdje wat rondgedoold te hebben in het huis, sliep ik korte tijd in een gangetje, waar een stromatras lag.

Weer wakker geworden vond ik mijn vriend slapende, met zijn hoofd op zijn handen op de tafel. Ik liep de kamer weer uit en kwam uit in een soort bioscoopje. Ik nam plaats. Zijn dochtertje kwam ook even bij mij zitten en wij keken samen een voetbalwedstrijd. Wat bleek is dat een van de voetballers een totaal onverantwoordelijk spel speelde. Omdat dit zeer opzienbarend was werden er steeds ingelaste commentaren van Hiddink en van Gaal uitgezonden. Zij vertelden dat zij nog nooit eerder zoiets hadden gezien en probeerden de tactiek van hun collega koortsachtig te analyseren. Achteraf bleek dat de man het zichzelf opzettelijk moeilijk had willen maken.

Na een tijdje had ik het wel gezien en ik verliet het bioscoopje. Ik kwam uit in een halletje, opende een dubbele klapdeur en zag een lange, brede gang voor mij. Toevallig stond daar vooraan een rolstoel. Ik nam plaats en duwde mijzelf achterwaarts, richting de hoofdingang. ’t Leek vanzelf te gaan en ik zag het beeld met de wedstrijd steeds kleiner worden.

De deur uitlopende vond ik mijzelf in een soort binnentuin. Zo’n typische stadstuin met groen en wat rommel. Het was inmiddels licht geworden en ik ging naar huis. Daar aangekomen besloot ik om niet meer naar bed te gaan.

Het was een onbeschrijfelijk gelukkige nacht geweest.

Sfeerplaatje...