Het jaar waarin ik weer werk vond. Vooral dat. FrieslandCampina Beilen bood mij de kans en ik greep deze met beide handen aan. Ik had 3 jaar zonder werk gezeten en ik had in die periode zo’n 1200 sollicitaties verstuurd. Waarom ik niks kon vinden? De moeder der recessies en leeftijd, maar ik kom ook niet zo vlot uit de woorden. De tijden zijn veranderd en dit is een tijd waarin een schaapherder zelfs al over educatieve kwaliteiten dient te beschikken. Wat te doen als je bodem- en milieukundige, maar geen type voor relatiebeheer of het binnenhalen van nieuwe projecten bent? Wat als je in hart en nieren echter IT’er bent, maar daartoe de opleiding niet hebt? Er bestond toentertijd nog geen IT-gerelateerde hbo-opleiding.

Wat te doen als je 2 rechterhanden hebt?

Met de baan bloeide mijn hele leven weer op en in de daaropvolgende werkzame periode, nam ik dus ook maar een handjevol aan vrije dagen op. Er was een duidelijke klik, maar ’t was direct ook wel bekend dat men het met minder personeel wilde gaan doen. Mijn contract liep ten einde en per 1 december vertrok ik dan dus maar naar FrieslandCampina Leeuwarden. Maar ook daar zullen mijn verdiensten vermoedelijk wel nooit kunnen worden verzilverd met een vaste aanstelling. Het concern is aan het automatiseren geslagen en daarmee zullen veel van mijn collega’s boventallig worden.

Het gaat goed, materialistisch gezien. Ik denk zelfs al aan het kopen van een huisje. Komend jaar misschien. Lekker vrijstaand, ergens in de rimboe. Een collega van mij wees mij op het concept. Hij is zelf schoonmaker op uitzendbasis en had onlangs ook zijn eigen huisje weten te kopen. Nationale hypotheekgarantie; alleen betalen als je verdient. Toen we het over het salaris kregen, bleek overigens dat schoonmakers – hij tenminste – bijna net zoveel als mij verdienen, terwijl ik best heel erg goed verdien en terwijl ik altijd het idee heb gehad dat schoonmakers het zo slecht hadden. Dat is immers de indruk die bestaat. Wel kan hij altijd fulltime en in 5-ploegensysteem werken, wat ook een flinke slok op een borrel scheelt natuurlijk. Wat minder lullen en wat meer poetsen dus. En ’t liefst op incourante tijden, want die zijn ’t lucratiefst. Ik was blij met de tip, want die was best wel horizonverbredend.

Hjoed wurke ik foar‘t earst by FrieslandCampina Ljouwert. Dat wie apart, fannemoarn betiid, doe‘k er hinneriid. Ferlinewike tongersdei wie’k ommers noch by FrieslandCampina Beilen. Dêr hie ik yn sa’n achteninheale moanne in bysûnder moaie tiid belibbe. Ik bin der al ûnwennich fan. Mar de minsken yn Ljouwert lykje ek goed mei-inoar om te springen. Se prate boppedat better Frysk dan dat, sa leau ik, ea earder yn in bedriuw heard ha. It Hollânsk is de twadde taal. ‘t Moat suver in bytsje wenne.

Ik húzje yn ’t âlde gebou, dat by’t wetter del stiet.

Ken je dat, dat iemand je zo’n steek onder water geeft, waar je dan vervolgens weer dagenlang mee rondloopt? Het gebeurde mij eergisteren weer. Er belde iemand om mij te feliciteren met mijn nieuwe baan. Zij kon het daarbij echter niet laten om even op te merken dat het helemaal niet erg was dat ik nu “wat dommer werk” deed. Daarop begon ze over haar eigen hogergeschoolde carrière en over dat er bijna niemand was die kon wat zij kon, zodat ze op haar 59e nog steeds goed in de markt lag. Ik was aanvankelijk nog van mening dat het een positief telefoongesprek was geweest, maar uiteindelijk kwam die ene, ja die ene opmerking, toch bovendrijven.

Zo vergaat het mij vaak. Mensen vallen mij er ook weleens op aan, dat ik pas dagen achteraf reageer op een sneer of opmerking. “Waarom heb je dat toen direct niet gezegd Bernard? Wij vinden dit erg vervelend!”. Maar ik heb gewoon altijd tijd nodig om dit soort zaken te analyseren en ik kan eerlijk gezegd ook niet zo bijster goed omgaan met negativiteit, vooral niet als iemand je vaker onderuit probeert te halen. Negativiteit veroorzaakt bij mij veelal een schrikmoment. Dat komt ook doordat prikkels versterkt bij mij binnenkomen; ik ben hooggevoelig. Dagen achteraf kan ik dan soms kwaad worden. Meestal als / omdat, ik merk dat het aan mij begint te vreten.

In Nieuw Zeeland gesolliciteerd.

Mijn nieuwste troef is zuivelprocessing. Droogtorens. Drie azen.
In combinatie met mijn hbo-opleiding is dat een…

Eerdere sollicitaties in het buitenland liepen mis op het aantal uren per week. Dubbele werkweken zijn bij boeren gewoon. Dat is te doen voor een avonturier van 20, maar ik kom om te blijven.

Voor banen op niveau is een royal flush vereist.

Ik had er geen zin in, maar kwam toch. De balans in de familie is immers ook verstoord als ‘t zwarte schaap geen acte de présence geeft. Mijn moeder had een etentje in gedachten. Ze werd 82.

Ze had aangegeven dat ze mijn “verhaaltjes” zo graag eens wilde lezen en ik gaf haar deze website in boekvorm cadeau.

Ik kan overigens goed met mijn moeder overweg. ’t Probleem zit niet in de individuen, maar in de groepswerking.

Individuen beïnvloeden elkaar enorm en nemen elkaars mening over in een groep. Ook al staat men daar helemaal niet achter. Individuen kunnen de groep ook aansporen om, gezamenlijk, negatief te denken over derden. Zeuren is verwerken. Denk aan collega’s die zeuren over die baas waar ze eigenlijk heel blij mee zijn. Denk ook aan de vreemde eend in de bijt.

Het geeft een individu zekerheid als de hele groep hetzelfde standpunt heeft en het vergt veel zelfvertrouwen om zo’n veilig groepsgevoel te ontstijgen. Zelfs de stoerste mannen zijn daar vaak te onzeker voor. Dat typische stoere praat is immers gewoon meeloperspraat. Het individu met de eigen, groepsonafhankelijke mening, daarentegen, staat vaak juist helemaal NIET bekend als stoer. Tenminste, aanvankelijk niet.

Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat ik fiets of wandel. Vandaag viel die traditie echter in ’t water. Het was zo donkergrijs en miezerig, dat ik zelfs niet tot een wandeling met paraplu kon komen. Ik stapte in de auto voor een ritje.

Zo toerde ik over verlaten binnenweggetjes door De blesse, Noordwolde en Elsloo naar een eveneens druilerig Oosterwolde, waar ik vanzelfsprekend ook even langs mijn voormalige woning reed. Deze stond nog leeg. In gedachten evalueerde ik mijn leven.

De stap naar Heerenveen (2 november 2015) bleek al snel een miskleun. Het grote probleem bij verhuizingen is altijd dat je de nieuwe buren pas leert kennen nadat je bent verhuisd. Ik ben alweer druk op zoek naar wat beters. Verhuizen is voor mij geen straf.

Ook de werkloosheid speelt mij parten. Ik zit al meer dan 3 jaar thuis en solliciteerde mij het apezuur. Dat bleek een zinloze exercitie. Sociale zaken adviseerde mij zelfs al om het rustiger aan te doen. Men had nog nooit eerder meegemaakt dat iemand zoveel solliciteerde als ik.

Wat dan steekt is dat omstanders suggereren dat er wel werk is en dat ik te beroerd ben om beneden mijn niveau te werken. Niets is immers minder waar? De hedendaagse situatie is immers zo dat men jongelui wil voor laaggeschoold werk en schapen met 1001 poten, voor de banen op niveau? Ik val tussen wal en schip.

Experts zeggen bovendien dat de economie het komende jaar slechts minimaal zal groeien en dat 45-plussers daar niet van zullen profiteren. Om toch wat om handen te hebben, heb ik mij afgelopen week aangemeld voor vrijwilligerswerk. Ik ga bejaarden aan gezelligheid helpen.

Enthousiast!