Tagarchief: poetry

Ik wens bij tijden niet langer gepenetreerd te worden

Besloten om mijn telefoon ’s avonds uit te zetten, omdat ongelukkig gekozen momenten om te socialiseren, abrupt, schril met stiltes contrasterende beltonen, die tot in de kieren disharmonieus interveniëren in ensemble met paniekerig-associatief vibreren, zo dikwijls slecht belonen en mijn geboren kalmte, in significante tijden soms ernstig kunnen doen verstoren in mijn huis, ‘t hutje op de hei, ‘t rustoord waarin ik des avonds zo onverstoorbaar en onhoorbaar als mogelijk is, geheel zonder sjablonen genietend van koffiebonen en rumbonen, bewonderend en beoefenend de kunstenarij, de krent in de brij, zinnen probeer te verzetten. Ik wens bij tijden niet langer gepenetreerd te worden door andermans droevige parelglans, overvleugelende cadans of beteugelende balans.

rca

Jan Splinter

Eereergisteren fietste ik bij Epe, eergisteren door de Weerribben en gisteren en vandaag door Leeuwarden en wijde omgeving. De uitsmijter in Kalenberg was overigens noemenswaardig lekker.

Bij deze aangelegenheden signaleerde ik 2 eerste tuintjemaaiende mensen, 2 lieveheersbeestjes, een allereerste vlinder, speenkruid, krokussen, sneeuwklokjes, bijna ontluikende narcissen, de eerste madeliefjes en een eerste klein hoefblad. Maar ’t eerste, beschut liggende stukje grasland, leek ook al welig te tieren en op te veren in het warme zonlicht. En de wilgenkatjes zijn natuurlijk alweer oud nieuws.

Beste mensen, de trui kan uit.

Bye bye winter.

Blow, blow, thou winter wind,  Shakespeare
thou art not so unkind
as man’s ingratitude;
thy tooth is not so keen,
because thou art not seen,
although thy breath be rude.

Freeze, freeze, thou bitter sky,
that dost not bite so nigh
as benefits forgot:
though thou the waters warp,
thy sting is not so sharp
as friend remembered not.