Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat ik fiets of wandel. Vandaag viel die traditie echter in ’t water. Het was zo donkergrijs en miezerig, dat ik zelfs niet tot een wandeling met paraplu kon komen. Ik stapte in de auto voor een ritje.

Zo toerde ik over verlaten binnenweggetjes door De blesse, Noordwolde en Elsloo naar een eveneens druilerig Oosterwolde, waar ik vanzelfsprekend ook even langs mijn voormalige woning reed. Deze stond nog leeg. In gedachten evalueerde ik mijn leven.

De stap naar Heerenveen (2 november 2015) bleek al snel een miskleun. Het grote probleem bij verhuizingen is altijd dat je de nieuwe buren pas leert kennen nadat je bent verhuisd. Ik ben alweer druk op zoek naar wat beters. Verhuizen is voor mij geen straf.

Ook de werkloosheid speelt mij parten. Ik zit al meer dan 3 jaar thuis en solliciteerde mij het apezuur. Dat bleek een zinloze exercitie. Sociale zaken adviseerde mij zelfs al om het rustiger aan te doen. Men had nog nooit eerder meegemaakt dat iemand zoveel solliciteerde als ik.

Wat dan steekt is dat omstanders suggereren dat er wel werk is en dat ik te beroerd ben om beneden mijn niveau te werken. Niets is immers minder waar? De hedendaagse situatie is immers zo dat men jongelui wil voor laaggeschoold werk en schapen met 1001 poten, voor de banen op niveau? Ik val tussen wal en schip.

Experts zeggen bovendien dat de economie het komende jaar slechts minimaal zal groeien en dat 45-plussers daar niet van zullen profiteren. Om toch wat om handen te hebben, heb ik mij afgelopen week aangemeld voor vrijwilligerswerk. Ik ga bejaarden aan gezelligheid helpen.

Enthousiast!