Zoals je wellicht al hebt opgemerkt, kom ik graag op begraafplaatsen. Ik ben namelijk geïnteresseerd in familie- en streekgeschiedenis, maar ik kom er ook om sfeer te snuiven. De stilte en het idee dat de begravenen nu allemaal van de aardbol verdwenen zijn. Wie weet waart er nog wat rond en kan ik nog wat ontwaren. Interessant, als je er van houdt.

De afgelopen weken – na de verhuizing – ben ik veel te vinden geweest op de begraafplaatsen van Weststellingwerf. Daar is nog veel geschiedenis te vinden. Op het met liefde onderhouden hofje van Oldeholtwolde is zelfs nog een graf uit de 18e eeuw te bewonderen, met schitterend gerestaureerde steen.

Wobbigje 1794 overleden - begraafplaats Oldeholtwolde

Ik vind dat dit veel toevoegt aan een begraafplaats.

Op de meeste begraafplaatsen worden graven geruimd, zodra er niet meer wordt betaald. Er ontstaan dan veel lege plekken. Waarom zou je dat willen als beheerder, zolang je de ruimte nog helemaal niet nodig bent? Waarom moet alles om geld draaien, ja zelfs na de dood nog? Wat is nou mooier, belangrijker en sfeervoller op een begraafplaats dan oeroude grafstenen, een verleden?

Mijn idee is dus om graven niet te ruimen, zolang er ruimte voor is.

Vanmorgen kwam ik uit de nachtdienst en verdween ik in het Dwingelderveld, voor een blotevoetenwandeling. De zon kwam er net mooi door en ik spotte 2 eekhoorntjes. Ik zie ze niet vaak. Die camera met zoomlens behoort helaas nog niet tot de standaarduitrusting.

Na thuiskomst kroop ik onder de wol en toen ik even later weer wakker werd, oogde de wereld vrolijk. Het zonnetje scheen en ’t was duidelijk kortebroekenweer. Ik stapte op de fiets.

Maar ik was Heerenveen nog niet uit of ik zag alweer een eekhoorntje. Dit keer op het fietspad. Het leek te willen oversteken over de drukke weg, van de drukbemenste wereld terug naar ’t park. Ik zag het heel even in tweestrijd staan. Het zag mij aankomen en schoot de boom in. Ik fietste een ronde Delfstrahuizen – Rotstergaast. Circa 30 kilometer.

Onderweg, genietende van een warme snack en van de daarin geïnteresseerde huismussen, kwam mij nog ter ore dat mijn neefje is geslaagd voor zijn examens aan het atheneum. Dat deed toch weer even wat herinneringen opdwarrelen. Studeren! Maar goed, mijn tijd is geweest en elke vezel in mij is nog van de ervaring doordrenkt.

Wat voor mens zou ik zijn geworden, als ik niet had gestudeerd? En als ik nooit in een studentenhuis had gewoond?

Dan waren mijn ogen niet geopend geweest.

Mensen die, gesteund door omstanders, een medemens het leven onmogelijk maken. Omstanders die hun nek niet willen uitsteken voor de best bedoelende, maar minst populaire partij. Mensen die tegen anders gestemden, anders gekleurden en anders geaarden zijn. Mensen die zich gedwee laten meevoeren door de mainstream. Mensen zonder ruggengraat. Ze zijn als pissebedden onder een klamme steen. Ze ademen, eten hun buikje rond, lopen hun neus achterna, planten zichzelf voort en gaan dood. En de volgende generatie is geen steek beter af, want zichzelf ontstijgen, dat zijn ze niet bij machte.

Toen ik vanmorgen wakker werd zag ik het al vanuit mijn slaapkamerraam: de lucht was strak blauw. Daarop stapte ik hoopvol gestemd uit mijn heerlijk schoongewassen bed, even na dag en dauw. Het was een energieke dag en ik was zelfs NOG meer dan anders in touw. Hoofdingrediënten waren de dagelijkse fietstocht en heerlijk veel gesjouw. Deels barrevoets zelfs, ik blijf het trouw. Ik deed de was, die ik nooit opvouw, en wist mij gevrijwaard van andermans ontrouw, gesnauw… gemiauw. De lucht was blauw, de zon betoverde het nachtelijk besneeuwde landschap en ik nam het alles gelukzalig in ogenschouw. De wereld leek in het geheel niet gehuld, in vrieskou.

Besneeuwd landschap
Besneeuwd landschap