Vanmiddag was ik in de regio Ten Post / Wittewierum te vinden. Een verre voorvader van mij, de legendarische dominee Bernardus Holtrop, die leefde van 1600 tot 1673, is daar een tijdje schoolmeester geweest. Ik wist al veel over de dominee, maar was nog nooit ter plaatse geweest. In mijn beleving begint en eindigt een familie- of streekgeschiedenisonderzoek altijd op de plek waar het zich afspeelde.

Zo kom ik telkens een stapje dichterbij.

Leuk weetje is dat deze zelfde voorvader destijds ook een van de allereerste studenten aan de in 1614 gestarte RUG was. Ik heb daar zelfs een door hem geschreven stukje tekst met handtekening aan het archief weten te ontfutselen. Schitterende vondst.

Het eerste Academiegebouw van de RUG, dat in 1846 werd afgebroken

Later verdween hij naar Oosterwolde, Friesland.

De regio is natuurlijk veranderd in 400 jaar tijd. Zo is het riviertje de Fivel gedempt en is klooster “Bloemhof” te Wittewierum verdwenen. Toch zou het hedendaagse landschap niet totaal onherkenbaar zijn voor de dominee, want de deels afgegraven wierde is nog duidelijk herkenbaar en de brug in ten Post is eenzelfde ijkpunt. De dorpjes in de regio zijn verder ook niet gigantisch gegroeid en het klooster werd al afgebroken ten tijde dat hij er aan de school doceerde.

Ik begin zo zachtjes aan al wat te wennen aan de variëteit aan geluiden, die mijn nieuwe woonomgeving produceert. Vanavond keek ik nog op van de harde wind, die het ventilatiekanaal in mijn flat doet fluiten.

Ik herinner mij een kameraad die zich vroeger weleens wat angstig opstelde bij het betreden van nieuwe woonruimte. Hij was bang voor gedoe met buren en wilde daarom het liefst onhoorbaar leven. Destijds begreep ik dat helemaal niet, want ik was juist zo’n type dat er op los leefde. Nu, decennia later, kijk ik er met andere ogen naar.

Ik vertel iets over mijn verhuizingen.

In 2000 verhuisde ik van Nieuwehorne naar Heerenveen. Daarvoor was ik al menigmaal verhuisd, zonder ooit vervelende buren te hebben gehad. Ik was dus naïef en vol van vertrouwen. In Heerenveen kwam ik echter in een situatie met vooroorlogse woningen en buren die elkaar onbarmhartig hard in de haren vlogen. Ik was dan weliswaar buitenstaander, maar dat weerhield mij er niet van om precies 1 jaar later alweer te verhuizen.

In 2001 verhuisde ik van Heerenveen naar Oldeberkoop. Daar beleefde ik aanvankelijk mooie jaren. Het klikte geweldig met alle buren en mijn sociale leven kende eens te meer hoogtijdagen. Ruim 11 jaar nadien gooiden de buren het roer echter drastisch om. Hun leefritme verschoof daarbij plotsklaps van 9:00-24:00 met borrel naar 7:00-21:30 zonder borrel. Onze levens waren ineens niet meer compatibel.

Zodoende belandde ik in 2013 in een vakantiehuisje van vrienden in Fochteloo. Ook daar beleefde ik schitterende tijden. Ik kon mij heerlijk en onbeperkt uitleven in de omvangrijke tuin en kreeg in plaats daarvan gratis onderdak. Ik vergat de stress van 2013.

In 2014 verhuisde ik naar Oosterwolde. Dat was een noodsprongetje. Mijn vrienden in Fochteloo wilden hun huisje graag weer leeg en ik zou kort na de verhuizing naar Oosterwolde doorverhuizen naar de hippe woongemeenschap te Groningen. Dat laatste kwam er door omstandigheden helaas (nog steeds) niet van. De woning te Oosterwolde bleek overigens dermate gehorig, dat er wederom een stresssituatie ontstond.

Met deze achtergrond ben ik afgelopen week neergestreken in mijn nieuwe nest te Heerenveen. Ik hoop dat ik aan de vooravond sta van een rustige, ontspannen periode.

Ik kan mij nu dus heel goed verplaatsen in de beweegredenen van die kameraad van destijds. Jammer, dat ik niet meer de onbevangen persoon ben die ik eens was.

Ik wil weer vol van vertrouwen worden.

78768813

Ik droomde vannacht dat ik een vriend bezocht. Hij was getrouwd en had een dochtertje. Zijn vrouw was niet thuis en hij organiseerde een feestje.

Ik kwam aan in het donker. Hij was nog een beetje aan het hobbyen in zijn werkplaats. Het ging er bijzonder gemoedelijk aan toe. Iedereen was ontspannen, er werd heel weinig gesproken en iedereen ging volmaakt zijn eigen gang. Er hing een kalme sfeer van geluk in de lucht.

Mijn vriend ging door met wat hij aan het doen was, lachte af en toe wat en zijn hond liep stilletjes tussen de bedrijvigheden door. Ik begon wat op te ruimen. Ik legde wat smerige, over elkaar liggende vloerplaten recht en veegde dezen schoon. De omgeving werd slechts verlicht door een schaars lampje en wat schijnsel van de maan.

Na verloop van tijd gingen we naar binnen. We gingen niet bij elkaar zitten, maar deden precies wat we op dat moment zelf wilden doen. Mijn vriend zat aan een tafel met zo’n ouderwets tafelkleed, samen met zijn dochtertje. Ook hier was het bijna donker, maar in het schijnsel van een klein lampje bij de tafel zagen wij elkaar goed. Ik ging er ook bij zitten en het voelde volmaakt vertrouwd. We spraken slechts af en toe een paar woorden. Er werd geglimlacht; we begrepen elkaar zonder woorden. We spraken alleen omdat we vonden dat er toch wat gepraat moest worden. We lachten om ons vroegere biergebruik. Nu werd er niks gedronken.

Later vond ik mijzelf elders in zijn huis. Er was zoveel vertrouwen dat we ook van elkaars aanwezigheid genoten als wij niet in dezelfde ruimte waren. Na een tijdje wat rondgedoold te hebben in het huis, sliep ik korte tijd in een gangetje, waar een stromatras lag.

Weer wakker geworden vond ik mijn vriend slapende, met zijn hoofd op zijn handen op de tafel. Ik liep de kamer weer uit en kwam uit in een soort bioscoopje. Ik nam plaats. Zijn dochtertje kwam ook even bij mij zitten en wij keken samen een voetbalwedstrijd. Wat bleek is dat een van de voetballers een totaal onverantwoordelijk spel speelde. Omdat dit zeer opzienbarend was werden er steeds ingelaste commentaren van Hiddink en van Gaal uitgezonden. Zij vertelden dat zij nog nooit eerder zoiets hadden gezien en probeerden de tactiek van hun collega koortsachtig te analyseren. Achteraf bleek dat de man het zichzelf opzettelijk moeilijk had willen maken.

Na een tijdje had ik het wel gezien en ik verliet het bioscoopje. Ik kwam uit in een halletje, opende een dubbele klapdeur en zag een lange, brede gang voor mij. Toevallig stond daar vooraan een rolstoel. Ik nam plaats en duwde mijzelf achterwaarts, richting de hoofdingang. ’t Leek vanzelf te gaan en ik zag het beeld met de wedstrijd steeds kleiner worden.

De deur uitlopende vond ik mijzelf in een soort binnentuin. Zo’n typische stadstuin met groen en wat rommel. Het was inmiddels licht geworden en ik ging naar huis. Daar aangekomen besloot ik om niet meer naar bed te gaan.

Het was een onbeschrijfelijk gelukkige nacht geweest.

Sfeerplaatje...

Vanmiddag besloot ik om even in Beijum te kijken. Dat is een buitenwijk van Groningen. Er stond een huis te huur.

Ontspannen crossend over bochtige weggetjes en door kleine landschapjes, kwam ik uit op de westelijke ringweg van Groningen uit. Bekend terrein. Ik draaide de weg op in noordelijke richting en dacht even verderop een afslag Beijum te zullen aantreffen, maar die verscheen niet, waardoor ik te ver doorreed en mijzelf weer omringd door prairies vond.

Ik draaide de auto en reed een eindje terug. Zo belandde ik in Oosterhoogebrug en daarmee wist ik dat ik mijn doel dicht was genaderd. Maar in deze wijk waren diverse belangrijke uitvalswegen afgesloten.

Ik begon Beijum en dat huurhuis zat te worden, bedacht dat ik er toch wel nooit van mijn leven zou willen wonen en koos een nieuwe reisbestemming. Lauwersoog! Deze plaats stond al aangegeven op de verkeersborden, ’t was lekker immer geradeaus, ik remote-controlde een raampie open en voelde de wind in mijn haren. Gevoelens van pure vrijheid!

In Lauwersoog parkeerde ik de auto en wandelde ik even wat bij de haven. Er meerde net een boot af. Dat riep mijn vele tripjes Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog weer even in gedachten. Moet ik snel weer eens doen! Na een korte wandeling kwam ik uit bij het restaurant. Ik bekeek de menukaart en schrok zodanig van de prijzen, dat ik er voor koos om even iets in Dokkum te gaan eten.

Bij Dokkum aangekomen bleek dat zo’n beetje de hele streek was afgesloten voor doorgaand verkeer. Ik raakte wat geërgerd en wilde richting Burgum rijden, maar versperringen dwongen mij via allerlei binnenweggetjes te toeren. Zo kwam ik via Driesum uit in Damwoude, hopende dat de inmiddels huiswaarts gerichte rit vanaf dan weer wat gesmeerder zou verlopen. Maar in Damwoude bleek men druk bezig met de aanleg van de centrale as. Het was intussen spits geworden en ik moest bij Burgum bovendien nog omrijden via Garijp.

Half verhongerd en een beetje misnoegd kwam ik uiteindelijk weer uit bij ’t thuishonk. Ik reed nog even langs de buurtsuper, at een broodje, stapte op de fiets en inmiddels zit ik het dagreisje nog wat te processen met een pilsje.

Het is opmerkelijk dat ik in Groningen zo fout was gereden, want ik ben juist zo gigantisch goed bekend in de stad. Ik kom alleen nooit op de noordelijke ringweg. Ik denk dat de navigatiekronkel in mijn hersenen hier weer parten speelde: Als ik in zuidelijke richting rijd heb ik altijd het idee dat ik voorbijkomende plaatsen vanuit het zuiden nader. Ik denk dat die kronkel is ontstaan doordat wij vroeger eigenlijk alleen maar noordwaarts trokken. Wij woonden in het zuiden van Fryslân en bijna al onze contacten woonden ook in diezelfde provincie. Dan rijd je dus veelal vanuit het zuiden op ze aan. Wellicht heb ik zo de stad Groningen zo onbewust in gedachten ook een kwartslag gedraaid. Maar goed, ik moet toch eens aan de GPS binnenkort, want ik rijd in Duitsland ook veelvuldig verkeerd en brandstof is duur. Voor de prijs van een tank vol diesel koop je ook een navigatiesysteem. Dan heb je meteen wat gezelligheid in de auto.

Ook deze sayaguesaskoe doorkruiste mijn pad al eens; we spreken mei 2014.  De koe was waarschijnlijk wat geïrriteerd geraakt door de vele voorbijgangers en viel vol aan. Ik kon nog net een foto maken. Nu ben ik wat gewend als boerenzoon, maar 't was goed dat er diverse kleine boompjes langs het pad stonden. Wist je dat het meer dan eens voorkomt dat boeren worden gepakt door een koe? Een stier is sowieso ALTIJD onbetrouwbaar. Als boerenzoon leerde ik dat je altijd een stevige stok of afrasteringspaal moet meenemen als je een weiland betreedt waar een stier in loopt.
Ook deze sayaguesaskoe doorkruiste mijn pad al eens; we spreken mei 2014, Doldersum. De koe was waarschijnlijk wat geïrriteerd geraakt door de vele voorbijgangers en viel vol aan. Ik kon nog net een foto maken. Nu ben ik wat gewend als boerenzoon, maar ’t was goed dat er diverse kleine boompjes langs het pad stonden. Wist je dat het meer dan eens voorkomt dat boeren worden gepakt door een koe? Een stier is sowieso ALTIJD onbetrouwbaar! Als boerenzoon leerde ik dat je altijd een stevige stok of afrasteringspaal moet meenemen als je een weiland betreedt waar een stier in loopt. Bij mijn stageboer in Portugal zag ik eens een stier een kalfje op de horens nemen. ’t Diertje liep tussen hem en de tochtige moeder, en ging 3 meter de lucht in.