Elkaar in de ogen kijken en merken dat je door elkaars ogen in contact komt te staan met een andere wereld.

Ooit zo’n ervaring gehad?

Zo eens in de 2 jaar kom ik een medemens tegen, die blijkbaar “compatibel” met mij is. Iemand die ik in een fractie van een seconde zo diep in de ogen kan kijken, dat wij beiden in een trans komen.

De laatste keer dat het gebeurde was afgelopen jaar. In de Jumbo aan de van Loonstraat te Leeuwarden. De persoon in kwestie was er zo door gefascineerd dat hij nogmaals langsliep om het te ervaren.

En het gebeurde opnieuw.

Wat je ervaart?

Dat is lastig te definiëren, maar ’t is alsof je in een immense zwarte leegte kijkt. ’t Voelt vertrouwd en er is herkenning. Alsof je heel even weer weet wie je werkelijk bent en waarom je hier op aarde ronddoolt.

De volgende keer wil ik de compatibele entiteit aanspreken. Wellicht kunnen we samen een experiment doen, waarbij we niet wegkijken na die fractie van de seconde.

Zien waar we belanden.

Van de week sprak ik met een collega over het leven. Hij vertelde dat het mijne ongecompliceerd aandeed, omdat ik als vrijgezel immers kon doen wat ik wilde. Maar de beste man is zelf altijd getrouwd geweest en heeft al kleinkinderen. Hij hoeft zijn status quo alleen nog maar te behouden. Als hij die eeuwige vrijgezel was geweest die ik ben, dan zou hij wel hebben geweten van ’t lege huis en de donkere winternachten, ’t sterk moeten zijn voor jezelf alleen. Maar goed, hij is helemaal verweven met dit bestaan, terwijl ik mijn heil juist zie in onthechten. Alzo redenerende scoorde hij toch een onbedoeld punt. Mijn leven ondervindt weinig complicaties. Nee, ’t is een en al stimulans.

Zoals je wellicht al hebt opgemerkt, kom ik graag op begraafplaatsen. Ik ben namelijk geïnteresseerd in familie- en streekgeschiedenis, maar ik kom er ook om sfeer te snuiven. De stilte en het idee dat de begravenen nu allemaal van de aardbol verdwenen zijn. Wie weet waart er nog wat rond en kan ik nog wat ontwaren. Interessant, als je er van houdt.

De afgelopen weken – na de verhuizing – ben ik veel te vinden geweest op de begraafplaatsen van Weststellingwerf. Daar is nog veel geschiedenis te vinden. Op het met liefde onderhouden hofje van Oldeholtwolde is zelfs nog een graf uit de 18e eeuw te bewonderen, met schitterend gerestaureerde steen.

Wobbigje 1794 overleden - begraafplaats Oldeholtwolde

Ik vind dat dit veel toevoegt aan een begraafplaats.

Op de meeste begraafplaatsen worden graven geruimd, zodra er niet meer wordt betaald. Er ontstaan dan veel lege plekken. Waarom zou je dat willen als beheerder, zolang je de ruimte nog helemaal niet nodig bent? Waarom moet alles om geld draaien, ja zelfs na de dood nog? Wat is nou mooier, belangrijker en sfeervoller op een begraafplaats dan oeroude grafstenen, een verleden?

Mijn idee is dus om graven niet te ruimen, zolang er ruimte voor is.

Ik droomde dat ik het gajes van Leeuwarden was. Ik kon mij nergens meer vertonen. Uiteindelijk, na een zoveelste rel in een café, kwam er een vogel op mijn schouder gevlogen. Deze pikte iets uit mijn hoofd. Bij de rechter slaap. Het bleek om een chip in de vorm van een visje te gaan. Maar de vogel plaatste ook een chip terug. Daarop bleek allesomvattende informatie over mijn familiegeschiedenis te staan. Het voelde als ware het een beloning voor mijn verdiensten op dat gebied.

Fascinerend om te zien hoe deze droom mijn leven weerspiegelt. Ik ben niet de best begrepen figuur. In welke kring dan ook.

En de vogel?

Die bezocht mij in de zomer van 2012. In de vorm van een cruciale spirituele ervaring. Ik liep over een begraafplaats en kreeg het antwoord op het raadsel der raadsels in mijn hoofd gelegd.

De andere kant van de poort. Ik kan ze soms bijna horen fluisteren.

Een oud-collega van mij karakteriseerde mij eens als zelfkastijder, terwijl wij elkaar eigenlijk nog maar heel kort kenden. De man was intelligent. Klaarblijkelijk. Niet dat ik met gesels in de weer ben overigens. Je hoeft 112 dus nog niet direct te bellen.

Femke Halsema sprak eens over dat idealisten soms een kruis op de rug dragen. Ook dat vond ik een treffende uitspraak.

Hoewel het menselijke brein ondoorgrondelijk is, heb ik geleerd dat ik het mijzelf vaak moeilijk maak in het leven. Opzettelijk. Zo gooi ik bewijsstukken soms weg, zodat ik later met lege handen sta en belachelijk wordt gemaakt. Zo laat ik uitzonderlijke kansen soms liggen om te voorkomen dat ik te gelukkig wordt. Ik doe dat ook om te ervaren hoe ’t voelt. Zo heb ik mij ook weleens laten ontslaan, maar ik zou ook zomaar in staat zijn om een winnend Staatslot weg te gooien. Je zult het wel helemaal niet begrijpen.

Van de week borrelde het nog op in mijn gedachten. De vraag wie succesvoller is in het leven. Diegene, die zorgt voor veel nageslacht en een grote erfenis? De feestvierder dan? Weten zij wat ze doen?

Zoek verlichting. Lijd. Al het materiële is bullshit. Trap er niet in.

Nota bene:

Diezelfde oud-collega – een toentertijd net afgestudeerde bioloog – kon mij ook haarfijn vertellen waarom iemand stottert. Echt een openbaring, want dat was eerder nog nooit iemand bij machte gebleken. Hoe het werkt? Er blijken 2 banen door de hersenen te lopen die de spraak regelen. In normale situaties gaat het signaal door de standaardbaan, die bij stotteraars telkens heel kort wordt onderbroken, waardoor de uitspraak hapert, omdat de mond dus eventjes niet meer weet wat en hoe er moet worden gesproken. In situaties waarbij je bevlogen raakt, echter, dan gaat het signaal langs een andere baan. Waardoor men men in dergelijke situatie veel vloeiender kan praten.