Tagarchief: familieperikelen

Wortels

wortels eten
wortels trekken
wortels onthouden
wortels van je bestaan
vergeten is jezelf vergeten
ontwortelen is als wortels stekken
blad verlept en niet wortelen is vergaan
je kunt je er in het geheel niet aan onttrekken
je groeit vanuit je wortels, mooi oranje of met schandvlekken

Beslommeringen

Vanmiddag gewandeld met mijn hoogbejaarde vriendin, die woonachtig is in Lindestede, Wolvega. Het was een zeldzaam mooie nazomerdag.
Maar, ze bleek opgewekt, al voordat ik binnenkwam. Zodat ik niet de indruk kreeg, dat ik op dat moment iets toevoegde aan haar bestaan.

Wel vielen mij een paar, erg persoonlijke persoonsbeschrijvingen van ons beider voorouders ten deel. Tante Aaf, het haar achterover, stokdoof, lange rokken en de kachel veel te heet. Tante Gel, veel te warm gekleed, omdat de mooiste kleding toentertijd veel te warm was. Dan haar schoonmoeder Trijntje, Gels zuster, waar wijlen haar man, die ik nog goed heb gekend, dat wat kritische karakter van had gekregen. Tan Gel was wat makkelijker. Er verscheen een glimlach op het gezicht.

Middagje Wittewierum en omstreken

Vanmiddag was ik in de regio Ten Post / Wittewierum te vinden. Een verre voorvader van mij, de legendarische dominee Bernardus Holtrop, die leefde van 1600 tot 1673, is daar een tijdje schoolmeester geweest. Ik wist al veel over de dominee, maar was nog nooit ter plaatse geweest. In mijn beleving begint en eindigt een familie- of streekgeschiedenisonderzoek altijd op de plek waar het zich afspeelde.

Zo kom ik telkens een stapje dichterbij.

Leuk weetje is dat deze zelfde voorvader destijds ook een van de allereerste studenten aan de in 1614 gestarte RUG was. Ik heb daar zelfs een door hem geschreven stukje tekst met handtekening aan het archief weten te ontfutselen. Schitterende vondst.

Het eerste Academiegebouw van de RUG, dat in 1846 werd afgebroken

Later verdween hij naar Oosterwolde, Friesland.

De regio is natuurlijk veranderd in 400 jaar tijd. Zo is het riviertje de Fivel gedempt en is klooster “Bloemhof” te Wittewierum verdwenen. Toch zou het hedendaagse landschap niet totaal onherkenbaar zijn voor de dominee, want de deels afgegraven wierde is nog duidelijk herkenbaar en de brug in ten Post is eenzelfde ijkpunt. De dorpjes in de regio zijn verder ook niet gigantisch gegroeid en het klooster werd al afgebroken ten tijde dat hij er aan de school doceerde.

Idee

Zoals je wellicht al hebt opgemerkt, kom ik graag op begraafplaatsen. Ik ben namelijk geïnteresseerd in familie- en streekgeschiedenis, maar ik kom er ook om sfeer te snuiven. De stilte en het idee dat de begravenen nu allemaal van de aardbol verdwenen zijn. Wie weet waart er nog wat rond en kan ik nog wat ontwaren. Interessant, als je er van houdt.

De afgelopen weken – na de verhuizing – ben ik veel te vinden geweest op de begraafplaatsen van Weststellingwerf. Daar is nog veel geschiedenis te vinden. Op het met liefde onderhouden hofje van Oldeholtwolde is zelfs nog een graf uit de 18e eeuw te bewonderen, met schitterend gerestaureerde steen.

Wobbigje 1794 overleden - begraafplaats Oldeholtwolde

Ik vind dat dit veel toevoegt aan een begraafplaats.

Op de meeste begraafplaatsen worden graven geruimd, zodra er niet meer wordt betaald. Er ontstaan dan veel lege plekken. Waarom zou je dat willen als beheerder, zolang je de ruimte nog helemaal niet nodig bent? Waarom moet alles om geld draaien, ja zelfs na de dood nog? Wat is nou mooier, belangrijker en sfeervoller op een begraafplaats dan oeroude grafstenen, een verleden?

Mijn idee is dus om graven niet te ruimen, zolang er ruimte voor is.

Beslommeringen

Vanmiddag fietste ik door Munnekeburen en waarachtig, daar bleek het kerkje open te zijn. Ik stapte af voor een bezoekje. In 1870 werd de moeder van mijn pake Sijtze er namelijk gedoopt. In die tijd was het een gereformeerde kerk.

Er bleek een rommelwinkel in gevestigd te zijn. De kerk was helemaal vertimmerd en volgepropt. Voordeel bij dit nadeel was wel dat ik zomaar even op zolder kon kijken.

Ik vroeg de winkelier of hij wist waar de administratie van de kerk was gebleven en hij vertelde dat de kerken van Munnekeburen, Scherpenzeel en Spanga destijds waren gefuseerd en dat de boeken waarschijnlijk in Scherpenzeel zouden liggen. Ik bedankte de man en stapte weer op de fiets.

Tot mijn grote verrassing ontdekte ik even later dat de deuren van de kerk in Scherpenzeel ook wagenwijd open stonden. Tja, Kerkenpad. Nooit bij stilgestaan. Ik naar binnen. Mooi getimed ook; het was koffietijd. Er volgde een gesprek.

Er bleek nog steeds een familie Holtrop in Munnekeburen te wonen. Sterker nog, er was nog een lid van diezelfde familie in diezelfde kerk geweest op diezelfde dag. Weten zij misschien ook waar mijn voorouders ter plaatse hebben gewoond? Die kans is groot, want ook deze huishouding blijkt van origine uit de regio Delfstrahuizen / Echtenerbrug te komen. Ze moeten er dus haast weleens over hebben gehoord.

Er bestaat overigens maar één familie Holtrop.

Ik liet mijn gegevens achter en we spraken af dat men mij zou benaderen, zodra men de betreffende administratie / de sleutel van de kluis had gevonden. Fascinerend.

Spijtig, dat er nog steeds te weinig belangstelling is voor mijn vervolgboek. Ik begrijp dat ook echt helemaal niet, want wie wil nu geen rijk geïllustreerd boek over zijn of haar voorouders? Wat moet ik dan nu met mijn gigantische verzameling van briljante foto’s en info? Weggeven op dvd kan niet, want dan weet ik zeker dat het 2e boek er niet komt. Bovendien blijf ik dan zitten met de onkosten. Dat is een bedrag van circa € 1000. Langskomen om een en ander bekijken wil men klaarblijkelijk ook niet, want ik heb al diverse uitnodigingen rondgestuurd en er is nog nooit iemand geweest.

Melkbussen van mijn vader

Gisteren hielp ik mijn neven een dag met het leeghalen van het huis van hun onlangs overleden moeder. Ik zou ook wat spulletjes mogen uitzoeken.

Dat leek mij aanvankelijk niet zo’n goed idee. Minder is bij mij beter. Ik ben een opruimer. Desondanks stonden er halverwege de dag toch een aantal planten, lp’s, een stel Friese doorlopers en een heel prachtig droogboeket in mijn auto.

Er werden veel zaken uitgeschift en in bananendozen gepakt en aan het einde van de dag doken we ’t fietsenhok nog in. Wat te eten scoren uit de vrieskist. Daarbij viel mijn oog direct op de melkbus die daar op mij stond te wachten. ’t Moest wel zo zijn. Met nummer 779, het busnummer van mijn vader. Schitterend!!

Ik bezit overigens nòg een melkbus van mijn vader en heb altijd gedacht dat dat de laatste was, die nog in de originele staat verkeerde. Onbeschilderd en met nummer en blauwe, reflecterende tape. De bus behoorde oorspronkelijk toe aan de melkfabriek van Oldeberkoop en zal na opheffing daarvan naar De Takomst in Wolvega zijn gegaan. Ik vermoed dat fabrieken soms ook melkbussen van elkaar kochten.

Ik herinner mij dat wij destijds gewoon waren te praten over hoeveel melkbussen boeren bij de weg hadden staan. Grote boeren hadden er wel 12 en wij hadden er ongeveer 6.

Twee andere melkbussen, een melkemmer en een “soepebuske”, allen eens gebruiksvoorwerp van mijn vader, zijn beschilderd.

Na een gezellige opruimdag schotelde mijn neef ons nog een heerlijke, warme maaltijd onder de neus. Een uurtje trokken wij de deur achter ons dicht. Voldaan en verzadigd.

De 2 laatste nog in originele staat verkerende melkbussen van mijn vader. Links de bus die ik sinds mijn jeugd had en rechts de nieuwkomer...
De 2 laatste nog in originele staat verkerende melkbussen van mijn vader. Links de bus die ik sinds mijn jeugd had en rechts de nieuwkomer…

Groepswerking

Ik had er geen zin in, maar kwam toch. De balans in de familie is immers ook verstoord als ‘t zwarte schaap geen acte de présence geeft. Mijn moeder had een etentje in gedachten. Ze werd 82.

Ze had aangegeven dat ze mijn “verhaaltjes” zo graag eens wilde lezen en ik gaf haar deze website in boekvorm cadeau.

Ik kan overigens goed met mijn moeder overweg. ’t Probleem zit niet in de individuen, maar in de groepswerking.

Individuen beïnvloeden elkaar enorm en nemen elkaars mening over in een groep. Ook al staat men daar helemaal niet achter. Individuen kunnen de groep ook aansporen om, gezamenlijk, negatief te denken over derden. Zeuren is verwerken. Denk aan collega’s die zeuren over die baas waar ze eigenlijk heel blij mee zijn. Denk ook aan de vreemde eend in de bijt.

Het geeft een individu zekerheid als de hele groep hetzelfde standpunt heeft en het vergt veel zelfvertrouwen om zo’n veilig groepsgevoel te ontstijgen. Zelfs de stoerste mannen zijn daar vaak te onzeker voor. Dat typische stoere praat is immers gewoon meeloperspraat. Het individu met de eigen, groepsonafhankelijke mening, daarentegen, staat vaak juist helemaal NIET bekend als stoer. Tenminste, aanvankelijk niet.

Flechtich

Yn in moanne tiid ferstoarnen der twa muoikes. De beide susters fan ús mem. Sadwaande hat se no allinnich noch mar in broer.

Tafallich dreamde ik ôfrûne nacht oer ús heit. Ik moast de kij melke en tuskentroch plakte ik in fytsbân. Yniens roan ús heit foarby en begoan in praatsje. “Ha Bernardus, silsto de bân even plakke? Hahaha…”. Sigaretsje oan‘e lippe. Hy is aanst al tweintich jier wei.

Hy hat mei-inoar 16 broers en susters hân en dêrfan skarrelje der noch mar fiif om.

It libben is flechtich. Noch ien as twa kear knipperje mei de eagen en dan is myn generaasje de âldste. ‘t Fernuvert my. Myn bestean is dan generaasjeleas, want ik haw ommers gjin bern.

Ik fernim dat ‘t libben mei de jierren riker wurdt. Je leare wat wichtich is en litte al ‘t oare fare. Spirituele ûnderfiningen oppenearje harren boppedat hieltiid krêftiger. It fielt somtiden as stekke se de hand nei my út yn‘e himmel. De ferstoarnen. Wat dogge se dêr? Myn ûndersiik nei myn famyljeskiednis hat my ek bot fierder brocht yn ’t libben.

Sfearpriuwerke…

2e Familiekroniek

Vanmiddag kreeg ik visite van 2 vrienden die ik tijdens de productie van mijn 1ste familiekroniek (2011) voor het eerst had ontmoet. Verre familie van Minke Koopman, de 1ste echtgenote van Bernardus Jans Holtrop.

De thee kwam op tafel en het gesprek ging al heel snel over… familiegeschiedenis. Men was zelf bezig met de ontwikkeling van een nieuw streekgeschiedenisboek en had bovendien een aantal stambomen uitgeschreven, die onze familiale banden precies inzichtelijk maakten. Ik vertelde dat ik inmiddels een foto had van Minke Koopman. We kropen achter de pc.

Uit mijn archief toverde ik ook een ander gezamenlijk familielid naar voren. Hij woonde langs de rand van het Tjeukemeer, ten tijde van de beruchte watersnoodramp in 1825. Mijn pake Sijtze’s pake Bernardus Jans Holtrop (zie 1ste alinea) is geboren in de boerderij, direct ten noordwesten van de brug te Vierhuis. De boerderij was gebouwd op een bult, waardoor dit het enige droogstaande pand in de wijde omgeving was. We werden enthousiast.

We scrolden door mijn eindeloze zee aan briljante foto’s en ik begon mij hardop af te vragen waarom er zo weinig vraag is naar dit soort schitterende info in mijn familie / klantenkring. “Waarom willen mensen dit niet hebben?” Ik zou ’t liefst direct willen beginnen met het samenstellen van mijn 2e familiekroniek, maar er blijkt dus simpelweg (nog) niet genoeg (13) klandizie te zijn.

’t Zit mij enorm dwars. Vooral omdat er een risico bestaat dat derden een boek van mijn info gaan maken. Tegen alle gemaakte afspraken in. Vóórdat ik mijn kans krijg. Ik heb namelijk weleens een enkeling vertrouwd.

’t Zou mijn levenswerk verwoesten, want de vraag naar mijn 2e boek zou helemaal wegvallen. Dan heb ik alles voor niks verzameld. Dan blijft het bij dat ene , onvolledige en onvolmaakte boek. Dan sponsorde ik bovendien andermans boek voor € 1500, zodat men dat tegen de drukprijs kan weggeven en ik met het hoofdpijndossier blijf zitten. Dan verliest de wereld al de kennis die in mij is en alles wat in mijn verzameling zit. De belangrijkste zaken heb ik namelijk nooit gedeeld, maar anderen kennen de verhalen in mijn hoofd ook niet.

De verzameling op dvd zetten is pas een optie als het 2e boek er is. Wat heeft men aan een dvd vol plaatjes zonder verhaal? Gooit men oude foto’s niet juist heel vaak weg als men de plaatjes niet meer kan duiden? Ik bedoel maar…

Brillenglazen: maatstaf voor ouderdom?

Vanavond werd ik mij voor het eerst bewust van het idee, dat ik de beelden op de monitor zònder bril scherper kan zien dan mèt.

Sedert de 4e klas van de lagere school stond ik als bijziend te boek. Destijds, toen ik mijn eerste brilletje kreeg, ’t zelfde montuur als mijn vader had, vanwege de stevigheid, de uitstraling en de geveerde pootjes, verwonderde ik mij enorm over het sterk verbeterde zicht dat de aangemeten glazen mij verschaften.

Nu, 4 decennia later, moet ik bekennen dat ik oud aan het worden ben. Het lichaam takelt af. Wist je dat ik tegenwoordig ’s nachts al een shirt moet dragen om te voorkomen dat ik ’s ochtends last heb van de schoudergewrichten? Wist je dat er een tijd was dat ik alle stoere knuppels met stoere praat er 3 keer uitwerkte als wij ’s zomers gingen strorijden, ZONDER een tennisarm te krijgen? Wist je dat oude mensen het moeten hebben van sterke verhalen over vroeger?

De jeugd van tegenwoordig leeft alweer een heel ander leven dan toen IK jong was. Wij werkten veel meer handmatig dan men nu gewend is en mijn vader deed daarentegen nog veel meer zwaar werk dan IK ooit gewend ben geweest. Ik ben boerenzoon.

Wist je dat ik soms ook al interesse toon in sociale huurwoningen, die bedoeld zijn voor senioren? Wist je dat ik een familiegeschiedenisboek samenstelde en dat ik graag op begraafplaatsen kom? Nee, ’t is duidelijk! Oud!

Ik bekeek onlangs toevalligerwijs een interview met Claudia de Breij, waarin zij aangaf te willen stoppen met bepaalde radioprogramma’s voor jongvolwassenen, omdat bij een uitzending was gebleken dat haar jeugdfoto’s in zwart-wit waren en die van haar collega’s in kleur. Ai!! Ook was ze zich gaan realiseren dat ze de uit te reiken prijzen, zoals de meet & greets met beroemde dj’s, zelf ook eigenlijk helemaal niet meer zou willen winnen. Ze had ontdekt dat ze geen 20 meer was. Ze is 40.

Maar goed, IK kom op de leeftijd dat ik het idee van fietsers en wandelaars met hoofdtelefoons op ook al niet meer kan waarderen. Wist je dat er heden ten dage fietsen met ingebouwde muziekinstallaties bestaan? Ik was juist altijd de mening toegedaan dat fietsen je zo heerlijk tot rust kon brengen. Generatiekloof? Wordt ik ouderwets?

Herrie gedurende de fietstocht. Tel daar bij op, de onrust die sociale media en het continu bereikbaar zijn in de hoofden veroorzaakt. Je raakt immers al gestrest als er WEDEROM niemand reageert op je mail of tweet? Wist je dat wij vroeger alleen in levende lijve of heel soms per vaste telefoon socialiseerden, dat mobieltjes en internet niet bestonden en dat wij genoodzaakt waren om soms zeer lange tijd uit te kijken naar een vervolgontmoeting? Daarmee kweekte je geduld, zowel als waardering. De wereld was rustiger.

Vroeger was alles beter. Oude mannenpraat? Ik kan mij deels in de stelling vinden, maar zie uiteraard ook dat de tijd van nu ook voordelen biedt. Kijk naar de verbeterde zorg en het stelsel van uitkeringen.

Mijn grootmoeder zei eens (begin jaren 90) dat haar moeder zich zou omdraaien als zij terug zou komen in de wereld van nu. Stel jij je eens voor hoe jij de wereld zou ervaren als jij de afgelopen 25 jaar niet had meegekregen…

Positief of negatief?

Ook ik ben geen 20 meer...
Ook ik ben geen 20 meer…

Niemand anders

Vanmiddag bezocht ik een bejaarde vriendin. Zij is de laatst overgeblevene van de mensen uit Oldeberkoop die mij hebben geholpen bij het samenstellen van mijn 1ste familiekroniek. Haar man overleed in 2013 en diens zuster verliet dit bestaan in 2014. Zij waren kleinkinderen van een broer van mijn vaders beppe.

Ze was zichtbaar blij dat ik er was.

We dronken koffie en wandelden door een parkje en over een oude begraafplaats. Zij rijdende en ik duwende. Het gesprek gaat altijd echt ergens over als wij samen zijn en haar onderwerpen zijn mij meestal op ’t lijf geschreven.

Tijdens ‘t koffiedrinken vooraf kwamen er overigens zomaar een aantal demente bejaarden haar kamer binnenlopen, waardoor mijn vader ineens ook bij ’t bezoek aanwezig was. Hij werd dement rond mijn 16e en is al lang geleden overleden. Mijn vriendin sprak over dat je de doden soms nog zo graag iets zou willen vragen. Ze sprak ook over vergankelijkheid van graven van geliefden.

Voor mijn boek bezocht ik veel ouderen van dagen en met een aantal van hen heb ik nog steeds heel goed contact. Ook bezoek ik graag oude begraafplaatsen en oude buurtjes. Qua familiegeschiedenis heb ik overigens intussen alles ontrafeld en bereikt, en ik weet mij getroost door een spirituele ervaring, wanneer het 2e boek er onverhoopt niet zal komen.

’t Is misschien wat excentriek dat ik mij zo focus op ouderen, maar ik voel mij verwant aan hun kijk op het leven en de dood. Men is vaak eenzaam, terende op herinneringen. Men zit vaak vast in taal, normen en waarden en gewoontes van weleer, berustende in het idee dat men daarmee uit de tijd is.

Het maakt mij gelukkig dat men zo straalt als men mij ziet. Niemand anders doet dat meer.