ICE-nummer?

Een dierbare, die mij wegzet als zorgenkindje om aandacht te krijgen en haar trawanten, met name haar oudste dochter praten het goed. De gevolgen zijn niet van de lucht. Zo begeef ik mij allang niet meer in familiekringen omdat ik mij daar niet meer kan vertonen. En die  lekkere goedbedoelde maaltjes die ik allemaal van haar kreeg voorgeschoteld, maken het nog eens 100.000 keer moeilijker.

Ik ben eens overspannen geweest. Decennia geleden inmiddels.

Dat stotteren, die naïviteit en dat excentrieke gooien olie op het vuur.

Wat de mens niet begrijpt veroordeelt hij graag.

Maar goed, mijn nieuwe werkgever wil nu dus dat ik een ICE-nummer opgeef voor noodgevallen. Wie o wie? De pc was al versleuteld. Nu de rest nog.

Storm op komst

Het was vandaag sterk wisselvallig, winderig met veel regen, zodat de fiets er niet aan te pas kwam. Ik had een nachtdienst gedraaid.

Verveeld stapte ik de ’s avonds weer in de auto. Ik moest vannacht ook weer werken, maar ging veel te vroeg van huis. Ik kon mijn ei thuis niet vinden en zo kwam ik over de binnenweggetjes bij Dwingeloo te toeren, alwaar ik een muis dood reed. Het diertje spurtte over de weg en ik zag het nog razendsnel omkeren, maar wij wisten elkaar niet meer te ontwijken. Ik zag geen leven meer in de spiegel en probeerde er niet meer aan te denken.

Later wipte ik even nog aan bij mijn moeder, alwaar ik direct al voelde dat ’t niet goed zat. Dit was geen goed moment. Nee, mijn familie en ik zitten niet op dezelfde golflengte. Men begrijpt mij niet.

Ik knalde door de slagregens over de snelweg en verscheen zwaar gefrustreerd op mijn werk. Nu ben ik professioneel genoeg om constructief te blijven als ik onderhevig ben aan dergelijke gemoedstoestanden, maar mijn collega bleek ook nog eens slechtgehumeurd te zijn. Ik voelde aan heel mijn wezen dat het genoeg was en meldde mij ziek.

Twee uur rijden. Slechts 55 minuten gewerkt.

Maar ik was blij dat ik mijn hart had gevolgd. En ik had geen woord gelogen, want ik was er letterlijk ziek van.

Wortels

wortels eten
wortels trekken
wortels onthouden
wortels van je bestaan
vergeten is jezelf vergeten
ontwortelen is als wortels stekken
blad verlept en niet wortelen is vergaan
je kunt je er in het geheel niet aan onttrekken
je groeit vanuit je wortels, mooi oranje of met schandvlekken

Beslommeringen

Vanmiddag gewandeld met mijn hoogbejaarde vriendin, die woonachtig is in Lindestede, Wolvega. Het was een zeldzaam mooie nazomerdag.
Maar, ze bleek opgewekt, al voordat ik binnenkwam. Zodat ik niet de indruk kreeg, dat ik op dat moment iets toevoegde aan haar bestaan.

Wel vielen mij een paar, erg persoonlijke persoonsbeschrijvingen van ons beider voorouders ten deel. Tante Aaf, het haar achterover, stokdoof, lange rokken en de kachel veel te heet. Tante Gel, veel te warm gekleed, omdat de mooiste kleding toentertijd veel te warm was. Dan haar schoonmoeder Trijntje, Gels zuster, waar wijlen haar man, die ik nog goed heb gekend, dat wat kritische karakter van had gekregen. Tan Gel was wat makkelijker. Er verscheen een glimlach op het gezicht.

Middagje Wittewierum en omstreken

Vanmiddag was ik in de regio Ten Post / Wittewierum te vinden. Een verre voorvader van mij, de legendarische dominee Bernardus Holtrop, die leefde van 1600 tot 1673, is daar een tijdje schoolmeester geweest. Ik wist al veel over de dominee, maar was nog nooit ter plaatse geweest. In mijn beleving begint en eindigt een familie- of streekgeschiedenisonderzoek altijd op de plek waar het zich afspeelde.

Zo kom ik telkens een stapje dichterbij.

Leuk weetje is dat deze zelfde voorvader destijds ook een van de allereerste studenten aan de in 1614 gestarte RUG was. Ik heb daar zelfs een door hem geschreven stukje tekst met handtekening aan het archief weten te ontfutselen. Schitterende vondst.

Het eerste Academiegebouw van de RUG, dat in 1846 werd afgebroken

Later verdween hij naar Oosterwolde, Friesland.

De regio is natuurlijk veranderd in 400 jaar tijd. Zo is het riviertje de Fivel gedempt en is klooster “Bloemhof” te Wittewierum verdwenen. Toch zou het hedendaagse landschap niet totaal onherkenbaar zijn voor de dominee, want de deels afgegraven wierde is nog duidelijk herkenbaar en de brug in ten Post is eenzelfde ijkpunt. De dorpjes in de regio zijn verder ook niet gigantisch gegroeid en het klooster werd al afgebroken ten tijde dat hij er aan de school doceerde.

Idee

Zoals je wellicht al hebt opgemerkt, kom ik graag op begraafplaatsen. Ik ben namelijk geïnteresseerd in familie- en streekgeschiedenis, maar ik kom er ook om sfeer te snuiven. De stilte en het idee dat de begravenen nu allemaal van de aardbol verdwenen zijn. Wie weet waart er nog wat rond en kan ik nog wat ontwaren. Interessant, als je er van houdt.

De afgelopen weken – na de verhuizing – ben ik veel te vinden geweest op de begraafplaatsen van Weststellingwerf. Daar is nog veel geschiedenis te vinden. Op het met liefde onderhouden hofje van Oldeholtwolde is zelfs nog een graf uit de 18e eeuw te bewonderen, met schitterend gerestaureerde steen.

Wobbigje 1794 overleden - begraafplaats Oldeholtwolde

Ik vind dat dit veel toevoegt aan een begraafplaats.

Op de meeste begraafplaatsen worden graven geruimd, zodra er niet meer wordt betaald. Er ontstaan dan veel lege plekken. Waarom zou je dat willen als beheerder, zolang je de ruimte nog helemaal niet nodig bent? Waarom moet alles om geld draaien, ja zelfs na de dood nog? Wat is nou mooier, belangrijker en sfeervoller op een begraafplaats dan oeroude grafstenen, een verleden?

Mijn idee is dus om graven niet te ruimen, zolang er ruimte voor is.

Beslommeringen

Vanmiddag fietste ik door Munnekeburen en waarachtig, daar bleek het kerkje open te zijn. Ik stapte af voor een bezoekje. In 1870 werd de moeder van mijn pake Sijtze er namelijk gedoopt. In die tijd was het een gereformeerde kerk.

Er bleek een rommelwinkel in gevestigd te zijn. De kerk was helemaal vertimmerd en volgepropt. Voordeel bij dit nadeel was wel dat ik zomaar even op zolder kon kijken.

Ik vroeg de winkelier of hij wist waar de administratie van de kerk was gebleven en hij vertelde dat de kerken van Munnekeburen, Scherpenzeel en Spanga destijds waren gefuseerd en dat de boeken waarschijnlijk in Scherpenzeel zouden liggen. Ik bedankte de man en stapte weer op de fiets.

Tot mijn grote verrassing ontdekte ik even later dat de deuren van de kerk in Scherpenzeel ook wagenwijd open stonden. Tja, Kerkenpad. Nooit bij stilgestaan. Ik naar binnen. Mooi getimed ook; het was koffietijd. Er volgde een gesprek.

Er bleek nog steeds een familie Holtrop in Munnekeburen te wonen. Sterker nog, er was nog een lid van diezelfde familie in diezelfde kerk geweest op diezelfde dag. Weten zij misschien ook waar mijn voorouders ter plaatse hebben gewoond? Die kans is groot, want ook deze huishouding blijkt van origine uit de regio Delfstrahuizen / Echtenerbrug te komen. Ze moeten er dus haast weleens over hebben gehoord.

Er bestaat overigens maar één familie Holtrop.

Ik liet mijn gegevens achter en we spraken af dat men mij zou benaderen, zodra men de betreffende administratie / de sleutel van de kluis had gevonden. Fascinerend.

Spijtig, dat er nog steeds te weinig belangstelling is voor mijn vervolgboek. Ik begrijp dat ook echt helemaal niet, want wie wil nu geen rijk geïllustreerd boek over zijn of haar voorouders? Wat moet ik dan nu met mijn gigantische verzameling van briljante foto’s en info? Weggeven op dvd kan niet, want dan weet ik zeker dat het 2e boek er niet komt. Bovendien blijf ik dan zitten met de onkosten. Dat is een bedrag van circa € 1000. Langskomen om een en ander bekijken wil men klaarblijkelijk ook niet, want ik heb al diverse uitnodigingen rondgestuurd en er is nog nooit iemand geweest.

Melkbussen van mijn vader

Gisteren hielp ik mijn neven een dag met het leeghalen van het huis van hun onlangs overleden moeder. Ik zou ook wat spulletjes mogen uitzoeken.

Dat leek mij aanvankelijk niet zo’n goed idee. Minder is bij mij beter. Ik ben een opruimer. Desondanks stonden er halverwege de dag toch een aantal planten, lp’s, een stel Friese doorlopers en een heel prachtig droogboeket in mijn auto.

Er werden veel zaken uitgeschift en in bananendozen gepakt en aan het einde van de dag doken we ’t fietsenhok nog in. Wat te eten scoren uit de vrieskist. Daarbij viel mijn oog direct op de melkbus die daar op mij stond te wachten. ’t Moest wel zo zijn. Met nummer 779, het busnummer van mijn vader. Schitterend!!

Ik bezit overigens nòg een melkbus van mijn vader en heb altijd gedacht dat dat de laatste was, die nog in de originele staat verkeerde. Onbeschilderd en met nummer en blauwe, reflecterende tape. De bus behoorde oorspronkelijk toe aan de melkfabriek van Oldeberkoop en zal na opheffing daarvan naar De Takomst in Wolvega zijn gegaan. Ik vermoed dat fabrieken soms ook melkbussen van elkaar kochten.

Ik herinner mij dat wij destijds gewoon waren te praten over hoeveel melkbussen boeren bij de weg hadden staan. Grote boeren hadden er wel 12 en wij hadden er ongeveer 6.

Twee andere melkbussen, een melkemmer en een “soepebuske”, allen eens gebruiksvoorwerp van mijn vader, zijn beschilderd.

Na een gezellige opruimdag schotelde mijn neef ons nog een heerlijke, warme maaltijd onder de neus. Een uurtje later trokken wij de deur achter ons dicht. Voldaan en verzadigd.

De 2 laatste nog in originele staat verkerende melkbussen van mijn vader. Links de bus die ik sinds mijn jeugd had en rechts de nieuwkomer...
De 2 laatste nog in originele staat verkerende melkbussen van mijn vader. Links de bus die ik sinds mijn jeugd had en rechts de nieuwkomer…