ICE-nummer?

Een dierbare, die mij wegzet als zorgenkindje om aandacht te krijgen en haar trawanten, met name haar oudste dochter praten het goed. De gevolgen zijn niet van de lucht. Zo begeef ik mij allang niet meer in familiekringen omdat ik mij daar niet meer kan vertonen. En die  lekkere goedbedoelde maaltjes die ik allemaal van haar kreeg voorgeschoteld, maken het nog eens 100.000 keer moeilijker.

Ik ben eens overspannen geweest. Decennia geleden inmiddels.

Dat stotteren, die naïviteit en dat excentrieke gooien olie op het vuur.

Wat de mens niet begrijpt veroordeelt hij graag.

Maar goed, mijn nieuwe werkgever wil nu dus dat ik een ICE-nummer opgeef voor noodgevallen. Wie o wie? De pc was al versleuteld. Nu de rest nog.

Religieuze momentjes

Onlangs was ik in de regio Oldenzaal te vinden. De bouwvakkers kwamen de voegen uit mijn woning hakhameren en ’t uitje was dus best een verplicht nummer, ook al stond het al zoveel langer op mijn verlanglijstje. Ik wil er misschien ooit gaan wonen. Ik bezichtigde een kerk te Losser, alwaar ik werd gegrepen door de voor in de kerk liggende, vrije vertaling van De 14 ziekten, uit het werk van de zo lekker linkse paus Franciscus. Dergelijk houtsnijdende boodschappen zijn maar dun gezaaid. En niet alleen in de kerk.

Niet dat ik ineens kerkelijk ben geworden. Ik kom er voor het historische. En nu ik dat zo schrijf, misschien toch ook wel voor het spirituele. Niks leuker dan moederziel alleen ronddwalen in een antieke / doorleefde kerk.

Afgelopen jaar doorleefde ik ook zoiets bijzonders in een kerk

Het ging toen om de grote / de Clemenskerk te Steenwijk. Het liep tegen kerst en, diehard blote voetenfreak als ik ben, dwaalde ik er op teenslippers door de ijzige avondschemering aan voorbij. En juist op ’t moment dat ik de kerk in het mysterieuze licht van een straatlantaarn vastlegde, doemde er die man op uit de duisternis. “Bent u van de gemeente?” Ik vertelde dat ik geïnteresseerd was in de kerk en dat ik een sfeerplaatje wilde schieten. “Oh, nee prima, de gemeente zou namelijk nog komen om de lantaarn recht te zetten.” We raakten in gesprek. Meneer bleek beheerder van de kerk te zijn. Of ik de kerk van binnen wilde bekijken. Wow, wat zei die man? Ik werd enthousiast. De sleutel ging in de deur en ’t licht was daar. Meneer leidde mij rond door het monumentale gebouw en vertelde over verleden, heden en toekomst. Zelfs het ingenieuze proces waarmee de oude kroonluchters tot ledverlichting zouden worden gemoderniseerd werd mij beschreven. Uiteindelijk – zo’n 3 kwartier later – kwam ik het pand te verlaten met een bijzonder goed gevoel. Dit was in mijn ogen hoe een kerk hoorde te zijn. Ik was die zonderlinge figuur op teenslippers in de ijzige duisternis geweest, die uitgebreid naar binnen was genodigd. Liep diegene waar de kerk op is gestoeld ook niet op blote voeten of teenslippers? Evenals paus Franciscus begreep ook deze meneer de essentie van waar het in de kerk om moet gaan. Zeldzaam. Kerstgevoel tot in mijn tenen.

De wereld komt uit mijn hart

de trein
dendert voort
in een eindeloze rij
dreunende
wagons

ik hoor
het gegons
op de aan mijn venster
voorbijschietende
perrons

ik droom van ons
in ons bed van dons
en mediteer op ’t ritmische gebons
de galmende cabines
de doctrines
het leven
de wereld
komt uit mijn hart
en alles wat ik zie is zwart

Een leven in vogelvlucht

Geboren en getogen op de boerderij, een ogen openende studententijd beleefd, moeite gedaan om te aarden in de mensenwereld, het mysterie van de zin van het leven ontrafeld, bedankje voor mijn “Boekje voor de Eeuwigheid” gehad vanuit die andere wereld en al gaandeweg de jaren mijn conclusies getrokken over wat ik wil met dit leven, waarbij het opvalt dat ik zelfs als kind al solitair wilde zijn. Ik ben dus niets veranderd.

Praatje over de heg

Vanavond was ik eventjes in de voortuin aan het werk toen er een man met een hondje langs liep. Jaar of 50, beetje dikkig, krullend maar kalend. Ik heb het over de man, de hond had ook krullen.

Ik groette, zoals ik iedereen die ik voorbij kom groet, en meneer bleef staan voor een praatje. Het ging al snel (weer) over mijn blote voeten. Of ik soms ook van sauna’s hield of nudist was. Nee, vertelde ik in veel teveel woorden. Ik houd gewoon van de natuur en de beste manier om natuur te beleven is op blote voeten. Immers, je voelt tot in detail waar je loopt, hoe warm of koud het is, hoe nat en hoe hard en hoe vloeibaar of rul het is. Een volmaakte prikkeling van de sensoren en de bloedcirculatie.

Meneer sliep naakt, zo liet hij in respons weten. En hij zou na ons praatje weer met zijn vrienden op Facebook worden herenigd. Hij filosofeerde dat een dagbesteding op sociale media soms best een zinvolle dag kan opleveren. “Alles hangt af van wat je krijgt voorgeschoteld.”, aldus meneer. We werden het daarover niet eens.

Naarmate het gesprek vorderde kreeg ik er een, in toenemende mate, vervelende bijsmaak bij. Wat wilde de man eigenlijk? Was het weer zo’n, natuurliefhebberij met geilheid verwisselende, blote voeten-fetisjist? Nou goed, whatever, laat hem mij maar opzoeken op Facebook. Ik zit er op, evenmin als hij zal zijn te vinden in de natuurgebieden, die ik zo dikwijls bezoek.

Nope, no problem here!

Een mannen onderonsje...

Eureka

Werken, fietsen en wandelen, vluchten in bier en slaap, niet te vroeg uit bed omdat de dag anders te lang duurt. Mijn werk moet mij voldoening geven en onder mijn collega’s moet een maatje zijn.

Nee, ’t kwartje is gevallen. Nu weet ik waarom ik niet tegen dat structurele gebrek aan workload kan.

De behoefte aan een positieve werksfeer is gekoppeld aan mijn hypersensitiviteit. Ik kan goed tegen werkgerelateerde stress als storingen, maar kan niet omgaan met aan mijn stoelpoten zagende collega’s.