Praatje over de heg

Vanavond was ik eventjes in de voortuin aan het werk toen er een man met een hondje langs liep. Jaar of 50, beetje dikkig, krullend maar kalend. Ik heb het over de man, de hond had ook krullen.

Ik groette, zoals ik iedereen die ik voorbij kom groet, en meneer bleef staan voor een praatje. Het ging al snel (weer) over mijn blote voeten. Of ik soms ook van sauna’s hield of nudist was. Nee, vertelde ik in veel teveel woorden. Ik houd gewoon van de natuur en de beste manier om natuur te beleven is op blote voeten. Immers, je voelt tot in detail waar je loopt, hoe warm of koud het is, hoe nat en hoe hard en hoe vloeibaar of rul het is. Een volmaakte prikkeling van de sensoren en de bloedcirculatie.

Meneer sliep naakt, zo liet hij in respons weten. En hij zou na ons praatje weer met zijn vrienden op Facebook worden herenigd. Hij filosofeerde dat een dagbesteding op sociale media soms best een zinvolle dag kan opleveren. “Alles hangt af van wat je krijgt voorgeschoteld.”, aldus meneer. We werden het daarover niet eens.

Naarmate het gesprek vorderde kreeg ik er een, in toenemende mate, vervelende bijsmaak bij. Wat wilde de man eigenlijk? Was het weer zo’n, natuurliefhebberij met geilheid verwisselende, blote voeten-fetisjist? Nou goed, whatever, laat hem mij maar opzoeken op Facebook. Ik zit er op, evenmin als hij zal zijn te vinden in de natuurgebieden, die ik zo dikwijls bezoek.

Nope, no problem here!

Een mannen onderonsje...

Eureka

Werken, fietsen en wandelen, vluchten in bier en slaap, niet te vroeg uit bed omdat de dag anders te lang duurt. Mijn werk moet mij voldoening geven en onder mijn collega’s moet een maatje zijn.

Nee, ’t kwartje is gevallen. Nu weet ik waarom ik niet tegen dat structurele gebrek aan workload kan.

De behoefte aan een positieve werksfeer is gekoppeld aan mijn hypersensitiviteit. Ik kan goed tegen werkgerelateerde stress als storingen, maar kan niet omgaan met aan mijn stoelpoten zagende collega’s.

Gedachte-experiment

Een van mijn meest illustere voorvaderen is misschien wel dominee Bernardus Holtrop, die leefde van 1600 tot 1673. Hij was vanuit zijn geboortestreek bij Münster naar Groningen getrokken om daar als een van de allereerste studenten aan de toen, in 1614 opgerichte universiteit te gaan studeren. Theologie. Dat was toen hot. Hij moet daarbij zelfs nog les hebben gehad van de vermaarde Gomarus. Hmm…

Na een tijdje als schoolmeester in Ten Post te hebben gewerkt, zou hij uiteindelijk als dominee in de kerk van Oosterwolde worden beroepen. Het door hem gebruikte doopvont overleefde de tand des tijds overigens glorieus en werd na wat omzwervingen, recentelijk weer in de in 1735 herbouwde kerk geplaatst. De handgeschreven tekst van de dominee was een van mijn laatste vondsten. Maar ik vond ook een link van een zijn mogelijke/belangrijke voorvaderen naar de RUG. Ik ben nog steeds van mening dat de bloedlijn ontspringt in het kasteel bij Keulen.

Leuke anekdote is overigens dat wij op de lagere school eens op het bord moesten schrijven wat we later wilden worden. Toen bekend werd dat ik degene was die dominee wilde worden barstte men in lachen uit. Ik stotterde immers. Ik had toentertijd overigens nog geen weet van mijn gelijknamige voorvader.

Ik denk er weleens over om te gaan preken, want ik zie de noodzaak. De kerk laat haar schaapjes dwalen in een verkeerd geïnterpreteerd verhaal. Men heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt. Het echte verhaal is dat dit leven op aarde de hel is en dat wij hier vanuit de hemel zijn heengezonden om te zien wat wij er van bakken. We kunnen zin aan dit bestaan geven door ons er van los te worstelen, zodat wij hier bij sterven nooit meer terug willen keren. Daarvoor is nodig dat wij zoveel mogelijk lijden. Lijden is verlossing. Het verkleint de kans dat we ons bij sterven laten verleiden tot een zoveelste bestaan in de 1ste hemel. Dat zou immers betekenen dat we opnieuw naar de aarde worden gezonden. Nee, als we ’t goed doen hebben wij ons dermate los geweekt van dit aardse, dat we de verleidelijke 1ste poort (naar onze geliefden) voorbijschieten, om voor de 2e te gaan. Dat is de weg naar het eeuwige leven. Een onberispelijk leven leiden helpt ook, want daarmee evenaar je het goddelijke. Jezus was gnost. Begaafd mensenkind. Hij begreep dit als geen ander. En Judas was zijn beste vriend, want die begreep dat het grote lijden / de kruisiging nodig was om verder te komen. Inderdaad, je zou de mens die jou doet lijden dankbaar moeten zijn. Tegelijkertijd zou je er medelijden mee moeten hebben, want men gooit de eigen glazen immers in. Men weet letterlijk niet wat men doet.

Wat mij weerhoud is het idee dat de mens deze waarheid eigenlijk in zichzelf moet ontdekken. Dan heeft prediken niet zoveel zin. Maar het zou wel wat losmaken op de wereld. ’t Zou mooi zijn als de hele mensheid eens TEGELIJK opstond.

Ben ik gek geworden? Nee hoor. Ik ben geen engel en zie mijzelf zelfs niet eens echt als religieus. Maar ik ben wel iemand die van kinds af aan heeft gedacht over de zin van dit bestaan. Bovenstaande tekst bevat mijn conclusie op hoofdlijnen, welke door de jaren heen verder uitgekristalliseerde.

Een INFJ

In 1921, gepubliceerde Carl Jung psychologische typen, waarin hij mensen gecategoriseerde in primaire vormen van psychologische functies. In de jaren 1940 bouwden Katharine Cook Briggs en haar dochter, Isabel Briggs Myers voort op het door Jung ontwikkelde onderzoek en ontwikkelden hun eigen theorie over psychologische types waarin 16 persoonlijkheden werden opgevoerd. Nu ben ik niet zo van de persoonlijkheidstests, maar een artikel op LinkedIN haalde mij over. De uitslag was treffend. Echt een eyeopener.

Ongelukkig onder gelukkige omstandigheden

Ontevreden of ongelukkig zijn in de rijke wereld waarin ik werd geboren. Het maakt dat ik mij soms schuldig voel. Maar misschien is de welvaart wel juist het probleem. Mensen hebben elkaar immers niet meer nodig. Waar mensen vroeger druk moesten samenwerken om de eindjes aan elkaar te knopen, waar men ’s avonds gezellig met zijn allen rond de tafel zat en waar iedereen in ’t zelfde schuitje zat, is ’t tegenwoordig iedereen voor zich. Televisies, computers en mobieltjes hebben wat dat betreft ook weinig goeds gebracht. We zitten liever voor een slechte tv-serie of in een chatsessie over niks, dan in een warm persoonlijk gesprek op de bank. Neem alleen het buurtje waar ik sinds 10 maanden woon eens in ogenschouw. ’t Is in een middelgroot dorp, maar ’t doet aan als stadsbuurt. Ik weet de namen van mijn aanwonende buren niet eens. ’t Is allemaal import. Niks praatjes over de heg. Behalve mij is er maar 1 persoon in de straat die geïnteresseerd lijkt te zijn. Dat individualistische zorgt er ook voor dat je niks meer voor elkaar over hebt. Je kunt immers veel meer van elkaar hebben als je elkaar mag. Niet dat ik als ongelukkig te boek sta of wil staan overigens. Meestal is ’t geluk wel van mijn gezicht te lezen. Maar, we hebben allemaal weleens zo’n momentje. Interessant is ook dat het geluksgevoel verschilt per regio / werelddeel. Een bevriende Belg zei eens dat hij vond dat men in de stad Groningen allemaal zo somber voor zich uit keek. Hij werkte daar ad interim en was Brusselaar. Ik herken dat ook van mijn reizen. In bepaalde streken stralen de ogen van mensen veel meer, terwijl zij soms vele malen minder dan ons bezitten. Geld maakt dus helemaal niet gelukkig. Maar goed, dat wisten we natuurlijk ook al. Ik tenminste wel. Elkaar nodig hebben is wat gelukkig maakt.

Door elkaars ogen

Elkaar in de ogen kijken en merken dat je door elkaars ogen in contact komt te staan met een andere wereld.

Ooit zo’n ervaring gehad?

Zo eens in de 2 jaar kom ik een medemens tegen, die blijkbaar “compatibel” met mij is. Iemand die ik in een fractie van een seconde zo diep in de ogen kan kijken, dat wij beiden in een trans komen.

De laatste keer dat het gebeurde was afgelopen jaar. In de Jumbo aan de van Loonstraat te Leeuwarden. De persoon in kwestie was er zo door gefascineerd dat hij nogmaals langsliep om het te ervaren.

En het gebeurde opnieuw.

Wat je ervaart?

Dat is lastig te definiëren, maar ’t is alsof je in een immense zwarte leegte kijkt. ’t Voelt vertrouwd en er is herkenning. Alsof je heel even weer weet wie je werkelijk bent en waarom je hier op aarde ronddoolt.

De volgende keer wil ik de compatibele entiteit aanspreken. Wellicht kunnen we samen een experiment doen, waarbij we niet wegkijken na die fractie van de seconde.

Zien waar we belanden.