Wild gefladder in het dwarrelende stof

Daar was onlangs die knuppel in het hoenderhok, waardoor ik eigenlijk al niet meer terug naar Fryslân wilde verhuizen. Gisteren zorgde een sterke nummer 2 voor stampei op de werkvloer. Op de (officieel) 1e werkdag in de nieuwe baan. En ’t meningsverschil met die huisarts maakte ’t feest compleet. Maar waar gisteren de donderstorm nog brulde, er ging zelfs een sollicitatie de deur uit, daalden de engeltjes vandaag in groten getale bij mij neder. Ooh, was ik maar helderziende.

’t Opspringende hert is me weleens wat teveel wie ik ben.

Ik vlieg om neder te dalen

Ik vlieg om neder te dalen, daal neder om te ontstijgen. Ik drink om verdrinking te voorkomen, ga als een ploeg door de aarde, terwijl ik maar nauwelijks leef. Ik onthecht om te construeren en leef solitair om mij niet eenzaam te voelen. Ik pieker om zorgeloos te worden en span mij in om te ontspannen. Ik praat teveel omdat ik het gesprek liever ontloop, ga blootsvoets door de sneeuw om de koude te ontberen en draag laarzen, alleen maar om het omstanders te vergemakkelijken. Ik zoek de duisternis om het zonlicht te intensiveren en het onbegrip om mij heen is mijn weg naar verlichting. Ik ben die hardliner om dat zachte in mijzelf te behouden en het kost mij moeite om dat moeiteloos vast te houden. Moeiteloos, omdat het in mijn ogen niet anders kan. Want de weg van de waarheid is compromisloos, waar het wereldse zoveel gemakkelijker uitvalswegen biedt. Maar de wereld is de wereld, waar ik zuiver wil zijn. Gemakkelijker is gemakkelijker, maar zo zelden beter.

De wereld komt uit mijn hart

de trein
dendert voort
in een eindeloze rij
dreunende
wagons

ik hoor
het gegons
op de aan mijn venster
voorbijschietende
perrons

ik droom van ons
in ons bed van dons
en mediteer op ’t ritmische gebons
de galmende cabines
de doctrines
het leven
de wereld
komt uit mijn hart
en alles wat ik zie is zwart

Gedachte-experiment

Een van mijn meest illustere voorvaderen is misschien wel dominee Bernardus Holtrop, die leefde van 1600 tot 1673. Hij was vanuit zijn geboortestreek bij Münster naar Groningen getrokken om daar als een van de allereerste studenten aan de toen, in 1614 opgerichte universiteit te gaan studeren. Theologie. Dat was toen hot. Hij moet daarbij zelfs nog les hebben gehad van de vermaarde Gomarus. Hmm…

Na een tijdje als schoolmeester in Ten Post te hebben gewerkt, zou hij uiteindelijk als dominee in de kerk van Oosterwolde worden beroepen. Het door hem gebruikte doopvont overleefde de tand des tijds overigens glorieus en werd na wat omzwervingen, recentelijk weer in de in 1735 herbouwde kerk geplaatst. De handgeschreven tekst van de dominee was een van mijn laatste vondsten. Maar ik vond ook een link van een zijn mogelijke/belangrijke voorvaderen naar de RUG. Ik ben nog steeds van mening dat de bloedlijn ontspringt in het kasteel bij Keulen.

Leuke anekdote is overigens dat wij op de lagere school eens op het bord moesten schrijven wat we later wilden worden. Toen bekend werd dat ik degene was die dominee wilde worden barstte men in lachen uit. Ik stotterde immers. Ik had toentertijd overigens nog geen weet van mijn gelijknamige voorvader.

Ik denk er weleens over om te gaan preken, want ik zie de noodzaak. De kerk laat haar schaapjes dwalen in een verkeerd geïnterpreteerd verhaal. Men heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt. Het echte verhaal is dat dit leven op aarde de hel is en dat wij hier vanuit de hemel zijn heengezonden om te zien wat wij er van bakken. We kunnen zin aan dit bestaan geven door ons er van los te worstelen, zodat wij hier bij sterven nooit meer terug willen keren. Daarvoor is nodig dat wij zoveel mogelijk lijden. Lijden is verlossing. Het verkleint de kans dat we ons bij sterven laten verleiden tot een zoveelste bestaan in de 1ste hemel. Dat zou immers betekenen dat we opnieuw naar de aarde worden gezonden. Nee, als we ’t goed doen hebben wij ons dermate los geweekt van dit aardse, dat we de verleidelijke 1ste poort (naar onze geliefden) voorbijschieten, om voor de 2e te gaan. Dat is de weg naar het eeuwige leven. Een onberispelijk leven leiden helpt ook, want daarmee evenaar je het goddelijke. Jezus was gnost. Begaafd mensenkind. Hij begreep dit als geen ander. En Judas was zijn beste vriend, want die begreep dat het grote lijden / de kruisiging nodig was om verder te komen. Inderdaad, je zou de mens die jou doet lijden dankbaar moeten zijn. Tegelijkertijd zou je er medelijden mee moeten hebben, want men gooit de eigen glazen immers in. Men weet letterlijk niet wat men doet.

Wat mij weerhoud is het idee dat de mens deze waarheid eigenlijk in zichzelf moet ontdekken. Dan heeft prediken niet zoveel zin. Maar het zou wel wat losmaken op de wereld. ’t Zou mooi zijn als de hele mensheid eens TEGELIJK opstond.

Ben ik gek geworden? Nee hoor. Ik ben geen engel en zie mijzelf zelfs niet eens echt als religieus. Maar ik ben wel iemand die van kinds af aan heeft gedacht over de zin van dit bestaan. Bovenstaande tekst bevat mijn conclusie op hoofdlijnen, welke door de jaren heen verder uitgekristalliseerde.

Een INFJ

In 1921, gepubliceerde Carl Jung psychologische typen, waarin hij mensen gecategoriseerde in primaire vormen van psychologische functies. In de jaren 1940 bouwden Katharine Cook Briggs en haar dochter, Isabel Briggs Myers voort op het door Jung ontwikkelde onderzoek en ontwikkelden hun eigen theorie over psychologische types waarin 16 persoonlijkheden werden opgevoerd. Nu ben ik niet zo van de persoonlijkheidstests, maar een artikel op LinkedIN haalde mij over. De uitslag was treffend. Echt een eyeopener.