Zij kocht een plastic tas

Vanmiddag stond ik in de rij voor de kassa van Lidl. Er was een Turkse mevrouw voor mij. Het viel mij op dat ze niets ongezonds kocht.

’t Leek wel een knappe vrouw, al had dat haar hoofddoek dat misschien moeten verhullen. Haar tanden waren witter dan wit en ze straalde als een engeltje. Ze leek de glimlach niet van haar gezicht te kunnen krijgen.

Net toen ik wat respect voor haar begon te voelen, kocht ze echter een plastic tas. Dat ergerde mij, want ze had klaarblijkelijk ook helemaal geen moeite gedaan om een tas mee te nemen.

Turken / moslims zijn vaak zo overdreven burgerlijk. Geen drank, luisteren naar de wijze raad van de ouders. Als je in een soek winkelt, krijg je vaak ook het gevoel dat je stoort in een familiefeestje, omdat men zo overdreven vriendelijk met elkaar omgaat en daarbij de eigen taal spreekt. Men moet speciaal voor jou Nederlands gaan praten.

Ik heb eens samenwerkt met een Marokkaanse moslim. Ook zijn tanden waren witter dan wit en gedurende pauze’s deed hij niets anders dan fruit schillen en eten. De beste man had nog nooit een druppel alcohol gehad. Hoe wereldvreemd kan een mens zijn?

Ik herinner me zijn verhaal over die avond met 2 collega’s in een hotel nog goed. Die waren beide zo dronken geworden dat ze niet meer aanspreekbaar waren. Om mee te doen had hij ze in wc-papier gewikkeld.

Een andere vroegere collega van mij, Soedanees en moslim, ontzettend aardige jongen overigens, vertelde eens dat men geen alcohol mocht drinken omdat men dan mensen zou kunnen vermoorden. Dat zou in het hoofd van een gemiddelde inheemse Nederlander niet opkomen.

Ik ben overigens niet tegen religie-gekleurde mensen.

Wat een aankoop van een plastic tas al niet teweeg kan brengen…

Wild gefladder in het dwarrelende stof

Daar was onlangs die knuppel in het hoenderhok, waardoor ik eigenlijk al niet meer terug naar Fryslân wilde verhuizen. Gisteren zorgde een sterke nummer 2 voor stampei op de werkvloer. Op de (officieel) 1e werkdag in de nieuwe baan. En ’t meningsverschil met die huisarts maakte ’t feest compleet. Maar waar gisteren de donderstorm nog brulde, er ging zelfs een sollicitatie de deur uit, daalden de engeltjes vandaag in groten getale bij mij neder. Ooh, was ik maar helderziende.

’t Opspringende hert is me weleens wat teveel wie ik ben.

Ik vlieg om neder te dalen

Ik vlieg om neder te dalen, daal neder om te ontstijgen. Ik drink om verdrinking te voorkomen, ga als een ploeg door de aarde, terwijl ik maar nauwelijks leef. Ik onthecht om te construeren en leef solitair om mij niet eenzaam te voelen. Ik pieker om zorgeloos te worden en span mij in om te ontspannen. Ik praat teveel omdat ik het gesprek liever ontloop, ga blootsvoets door de sneeuw om de koude te ontberen en draag laarzen, alleen maar om het omstanders te vergemakkelijken. Ik zoek de duisternis om het zonlicht te intensiveren en het onbegrip om mij heen is mijn weg naar verlichting. Ik ben die hardliner om dat zachte in mijzelf te behouden en het kost mij moeite om dat moeiteloos vast te houden. Moeiteloos, omdat het in mijn ogen niet anders kan. Want de weg van de waarheid is compromisloos, waar het wereldse zoveel gemakkelijker uitvalswegen biedt. Maar de wereld is de wereld, waar ik zuiver wil zijn. Gemakkelijker is gemakkelijker, maar zo zelden beter.

Vaste baan

Vanmorgen kwam het hoge woord eruit. Ik krijg een vaste baan. Procesoperator poeder bij FrieslandCampina Leeuwarden. Beste mensen, ik zit gebeiteld. Ik kan mijn leven weer plannen. Recessies kunnen mij niet meer deren. De eerste te ondernemen actie is terug verhuizen. Zin in.

Religieuze momentjes

Onlangs was ik in de regio Oldenzaal te vinden. De bouwvakkers kwamen de voegen uit mijn woning hakhameren en ’t uitje was dus best een verplicht nummer, ook al stond het al zoveel langer op mijn verlanglijstje. Ik wil er misschien ooit gaan wonen. Ik bezichtigde een kerk te Losser, alwaar ik werd gegrepen door de voor in de kerk liggende, vrije vertaling van De 14 ziekten, uit het werk van de zo lekker linkse paus Franciscus. Dergelijk houtsnijdende boodschappen zijn maar dun gezaaid. En niet alleen in de kerk.

Niet dat ik ineens kerkelijk ben geworden. Ik kom er voor het historische. En nu ik dat zo schrijf, misschien toch ook wel voor het spirituele. Niks leuker dan moederziel alleen ronddwalen in een antieke / doorleefde kerk.

Afgelopen jaar doorleefde ik ook zoiets bijzonders in een kerk

Het ging toen om de grote / de Clemenskerk te Steenwijk. Het liep tegen kerst en, diehard blote voetenfreak als ik ben, dwaalde ik er op teenslippers door de ijzige avondschemering aan voorbij. En juist op ’t moment dat ik de kerk in het mysterieuze licht van een straatlantaarn vastlegde, doemde er die man op uit de duisternis. “Bent u van de gemeente?” Ik vertelde dat ik geïnteresseerd was in de kerk en dat ik een sfeerplaatje wilde schieten. “Oh, nee prima, de gemeente zou namelijk nog komen om de lantaarn recht te zetten.” We raakten in gesprek. Meneer bleek beheerder van de kerk te zijn. Of ik de kerk van binnen wilde bekijken. Wow, wat zei die man? Ik werd enthousiast. De sleutel ging in de deur en ’t licht was daar. Meneer leidde mij rond door het monumentale gebouw en vertelde over verleden, heden en toekomst. Zelfs het ingenieuze proces waarmee de oude kroonluchters tot ledverlichting zouden worden gemoderniseerd werd mij beschreven. Uiteindelijk – zo’n 3 kwartier later – kwam ik het pand te verlaten met een bijzonder goed gevoel. Dit was in mijn ogen hoe een kerk hoorde te zijn. Ik was die zonderlinge figuur op teenslippers in de ijzige duisternis geweest, die uitgebreid naar binnen was genodigd. Liep diegene waar de kerk op is gestoeld ook niet op blote voeten of teenslippers? Evenals paus Franciscus begreep ook deze meneer de essentie van waar het in de kerk om moet gaan. Zeldzaam. Kerstgevoel tot in mijn tenen.

Geluk bij een ongeluk

Vanmorgen een vroege dienst gedraaid en direct vanaf het fabrieksterrein op de fiets gesprongen. Heerlijk rondje Leeuwarden, Bartlehiem, Stiens gedaan. De fiets ligt tegenwoordig weer achterin de auto. Na weken van regen was daar eindelijk weer eens de zon. Daar fleurt de mens van op.

Het weer van vanmiddag

Vanmorgen een engeltje op mijn schouder gehad trouwens. Vanaf Appelscha – ik pendel tussen Hoogeveen en Leeuwarden – bemerkte ik een ijslaagje op de weg. Maar aangezien ik continu gekraak en getik onder de auto hoorde leek het oppervlak toch niet echt glad te zijn. Waar ik normaal 120 km/uur rijd, achtte ik daarom nu een bescheiden 80 wel passend. Vanaf Drachten leek de weg weer helemaal ijsvrij te zijn, zodat ik weer versnelde. Tja, lucky me, want luttele uren later zou ik komen te ontdekken dat er diezelfde ochtend op datzelfde traject een bizarre reeks ongelukken was gebeurd. De weg was zelfs even helemaal afgesloten geweest.

Maar het geluk lachte mij 2 weken geleden ook even toe. Ik wilde 2 auto’s inhalen en toen ik naast de eerste zat zette deze zelf ook de inhaalmanoeuvre in. Mijn nabijheid was kennelijk onopgemerkt gebleven. Adrenaline.

Dan dat mazzeltje van afgelopen week. Ik bleek geen geld voor de parkeerautomaat te hebben en toen lag daar zomaar ineens dat dubbeltje voor mijn voeten. Precies genoeg voor dat kwartiertje boodschappen halen. Ik vond dat wel bijzonder. Wie het kleine niet eert, is…

En dan komt daar komende week misschien die vaste baan nog bij. De 2e in mijn onstuimige carrière. De 1ste verloor ik door het faillissement van mijn werkgever in 2010. Ik was er werkzaam geweest als bodem- en milieukundig adviseur / GIS-tekenaar / werkplekbeheerder. Consulmij Milieu BV. Een vaste baan bij FrieslandCampina zou betekenen dat ik de rest van mijn werkende leven uit de brand ben. En interne sollicitaties blijven mogelijk. Volgende week uitslag?

Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn en/of goud wat er blinkt. Dat de donkere tijd niet tot mijn favorieten behoort is zacht uitgedrukt. Maar goed, ’t is natuurlijk al snel weer maart en dan is het weer 6 maanden genieten van groen, zon en warmte. Het leed is relatief. Vanmiddag groette ik een collega met “Hoi! Alles goed?”, waarop hij wat begon tegen te sputteren. Ik reageerde in een reflex: “BIJNA alles dan?” Hij lachte. “Ja, bijna alles! Bijna alles is goed!” Ik vond dat mooi. Beetje vreemd misschien, maar mijn uitspraken zijn meestal even verrassend voor mijzelf als voor mijn gesprekspartners. Ze komen vanuit het niets. Reden waarom ik ook altijd om mijn eigen grappen lach. Ik heb ze immers nog nooit gehoord. Maar goed, al is het niet alleen maar kommer en kwel in een leven, het is ook niet alleen maar zon en fleur. Zolang de balans maar overhelt naar het positieve. Dan zit het wel snor. En bedenk dat wolken een product van de zon zijn, dat schaduwen bestaan omdat er licht is, maar vooral ook dat er zonder winter geen lente is.

Morgen wordt het wederom fietsweer. Dat wordt voorafgaand aan de late dienst dus weer fietsen. Dan is de dag weer goed. BIJNA goed tenminste.

Nota bene

De volgende dag zou ik in de haast / door miscommunicatie een machine aan komen te zetten op het moment dat een collega er mee bezig was. Godzijdank zou ook dit goed aflopen, maar ik schrok me een hoedje. Laten wij even reflecteren. De gebeurtenissen zoals hierboven beschreven vonden allen in een tijdsbestek van slechts 2 weken plaats. Dat betekent dat het in 2 weken tijd dus 3 keer fataal of met ernstig letsel had kunnen aflopen. Best een verontrustende gedachte. Dat geluk dus ook maar heel relatief is had ik overigens al veel eerder geleerd. Zo nam ik mij eens voor dat ik mij altijd moest blijven herinneren dat liefdes niet eeuwigdurend zijn. Uit zelfbescherming. Ik denk ook aan die moeder die afgelopen week met haar 2 dochtertjes van de weg raakte. Ik las in de krant dat alleen zijzelf het zou komen te overleven. Ik herinner mij ook mijn legendarische studentenleven. We waren zielsgelukkig, TOTDAT we dat diploma in de handen gedrukt  kregen. Het zou ons zo zorgvuldig opgebouwde sociale leven in één klap doen verdampen. Ik zou het gros van mijn vrienden uit die tijd daarna nooit meer komen te ontmoeten. Dat blijft me verbazen. Wat is vriendschap eigenlijk?

Felrode kleuren

Gedurende de zomer van 1993 werkte ik bij een boer in Hernejärvi, bij Lisalmi. Google het maar even. De man runde er samen met zijn vrouw een boerenbedrijf met melkkoeien en bosbouw. Ik weet nog hoe hij mij direct al waarschuwde voor de bossen. “You easily can get lost in there! Don’t go too far!” Eigenwijs als ik was zou ik dat daarna natuurlijk al snel komen te ondervinden. Geluk bij dat ongelukje was dat ik daarbij zo kien was om mij naar een hoog punt te begeven. Ik was vrij snel weer “in control”. De boerderijen zijn er in felrode kleuren geschilderd.


De huishouding bestond uit een jong gezin met dochtertje en ma’s tijdelijk inwonende ouders. Die laatsten waren bezig met de bouw van een authentieke boomstammenwoning voor hunzelf. Wel weer met zo’n plaatstalen dak trouwens. Daken met dakpannen zijn namelijk niet 100% bij zoveel sneeuw. Marti, ma’s pa, vertelde dat wonen in een houten woning veel gezonder is dan wonen tussen bakstenen of beton. Dat is overigens wetenschappelijk ook aangetoond. Radonstraling. Het zit ook in modder. Nee, Marti was wel een man van de natuur / het oude stempel. Een van zijn andere tips was om een pol gras in de mond te doen als je onverhoopt in een wespennest was gelopen. Dan laten ze je met rust. De tip bleek te werken. Misschien omdat planteneters geen bedreiging zijn. Ik kan mij voorstellen dat je ’t niet gelooft, maar onthoud het toch maar. De kans dat je ooit eens aan een zwerm ten prooi valt is groot.

Maaien met de zeis. Dagelijkse kost. De stier vrat een kruiwagen per dag. Mijn vader was er een meester in.

Ik had niet veel privacy, voelde daar ook niet veel behoefte toe, maar had wel mijn eigen slaapkamertje op zolder. Naast dat harde bed met de ouderwetse sprei en het opgeslagen antieke meubilair, stond daar een zilverkleurig jaren 60-radiootje met cassettespeler. Ik kom ter zake, want ik zou de opnames die ik daar mee maakte later grijs komen te draaien. Het ging om enkele opvallend hartstochtelijk uitgevoerde werken voor piano. Chopin. Daaronder was ook dat meesterwerk, het Nocturno opus 27 no 2, waar ik verder eigenlijk geen mij aansprekende opname van ken. Omdat de presentatie van de uitzending Finstalig was, kon ik er helaas niet uit opmaken om welke pianist het ging. En deze vraag zou mij daarna niet meer loslaten. Het toeval wil dat ik het mysterie pas zeer onlangs, ruim 24 jaar na dato, wist te ontrafelen.

Het blijkt om Youri Egorov te gaan. De heel erg jong-ogende foto op de inlay zaaide nog even verwarring, maar er is er echt maar één die het op deze manier speelde. Speelde, want de Rus blijkt al in 1988 te zijn overleden. Vijf jaar voor mijn trip naar Finland, in Amsterdam. Zijn urn werd bijgezet te Driehuis. Misschien dat ik de site nog eens bezoek. Ik heb wel iets met begraafplaatsen.

Het wonder is geschied.

Onderstaand mijn opname van cassette verses de geremasterde op Spotify.