Vanmiddag stond ik in de rij voor de kassa van Lidl. Er was een Turkse mevrouw voor mij. Het viel mij op dat ze niets ongezonds kocht.

’t Leek wel een knappe vrouw, al had dat haar hoofddoek dat misschien moeten verhullen. Haar tanden waren witter dan wit en ze straalde als een engeltje. Ze leek de glimlach niet van haar gezicht te kunnen krijgen.

Net toen ik wat respect voor haar begon te voelen, kocht ze echter een plastic tas. ’t Ergerde mij, want ze had klaarblijkelijk ook helemaal geen moeite gedaan om een tas mee te nemen.

Turken / moslims zijn vaak zo overdreven burgerlijk. Geen drank, luisteren naar de wijze raad van de ouders… Als je in een soek winkelt, krijg je vaak ook het gevoel dat je stoort in een familiefeestje, omdat men zo overdreven vriendelijk met elkaar omgaat en daarbij de eigen taal spreekt. Men moet speciaal voor jou Nederlands gaan praten.

Ik heb ook eens samenwerkt met een Marokkaanse moslim. Zijn tanden waren ook witter dan wit en gedurende pauze’s deed hij niets anders dan fruit schillen en oppeuzelen. De beste man had nog nooit een druppel alcohol gehad. Hoe wereldvreemd kan een mens zijn?

Een andere vroegere collega van mij, Soedanees en moslim, ontzettend aardige jongen overigens, vertelde eens dat men geen alcohol mocht drinken omdat men dan mensen zou kunnen vermoorden. Dat zou in het hoofd van een gemiddelde inheemse Nederlander niet opkomen.

Ik ben overigens niet tegen religie-gekleurde mensen.

Wat een aankoop van een plastic tas al niet teweeg kan brengen…

the bright light
was out of sight
all through the cold
and wintery night

a year of my life
again has been sold
but it’s spring all right
and I’m ending the fight

let us rewrite
and let us turn
black into white and
white or pink into sunburn

let us glow
and flow
beyond our shadow
and let us be understood
barefoot
as we are

In 1921, gepubliceerde Carl Jung psychologische typen, waarin hij mensen gecategoriseerde in primaire vormen van psychologische functies. In de jaren 1940 bouwden Katharine Cook Briggs en haar dochter, Isabel Briggs Myers voort op het door Jung ontwikkelde onderzoek en ontwikkelden hun eigen theorie over psychologische types waarin 16 persoonlijkheden werden opgevoerd. Nu ben ik niet zo van de persoonlijkheidstests, maar een artikel op LinkedIN haalde mij over. De uitslag was treffend. Echt een eyeopener.

Ontevreden of ongelukkig zijn in de rijke wereld waarin ik werd geboren. Het maakt dat ik mij soms schuldig voel. Maar misschien is de welvaart wel juist het probleem. Mensen hebben elkaar immers niet meer nodig. Waar mensen vroeger druk moesten samenwerken om de eindjes aan elkaar te knopen, waar men ’s avonds gezellig met zijn allen rond de tafel zat en waar iedereen in ’t zelfde schuitje zat, is ’t tegenwoordig iedereen voor zich. Televisies, computers en mobieltjes hebben wat dat betreft ook weinig goeds gebracht. We zitten liever voor een slechte tv-serie of in een chatsessie over niks, dan in een warm persoonlijk gesprek op de bank. Neem alleen het buurtje waar ik sinds 10 maanden woon eens in ogenschouw. ’t Is in een middelgroot dorp, maar ’t doet aan als stadsbuurt. Ik weet de namen van mijn aanwonende buren niet eens. ’t Is allemaal import. Niks praatjes over de heg. Behalve mij is er maar 1 persoon in de straat die geïnteresseerd lijkt te zijn. Dat individualistische zorgt er ook voor dat je niks meer voor elkaar over hebt. Je kunt immers veel meer van elkaar hebben als je elkaar mag. Niet dat ik als ongelukkig te boek sta of wil staan overigens. Meestal is ’t geluk wel van mijn gezicht te lezen. Maar, we hebben allemaal weleens zo’n momentje. Interessant is ook dat het geluksgevoel verschilt per regio / werelddeel. Een bevriende Belg zei eens dat hij vond dat men in de stad Groningen allemaal zo somber voor zich uit keek. Hij werkte daar ad interim en was Brusselaar. Ik herken dat ook van mijn reizen. In bepaalde streken stralen de ogen van mensen veel meer, terwijl zij soms vele malen minder dan ons bezitten. Geld maakt dus helemaal niet gelukkig. Maar goed, dat wisten we natuurlijk ook al. Ik tenminste wel. Elkaar nodig hebben is wat gelukkig maakt.

Elkaar in de ogen kijken en merken dat je door elkaars ogen in contact komt te staan met een andere wereld.

Ooit zo’n ervaring gehad?

Zo eens in de 2 jaar kom ik een medemens tegen, die blijkbaar “compatibel” met mij is. Iemand die ik in een fractie van een seconde zo diep in de ogen kan kijken, dat wij beiden in een trans komen.

De laatste keer dat het gebeurde was afgelopen jaar. In de Jumbo aan de van Loonstraat te Leeuwarden. De persoon in kwestie was er zo door gefascineerd dat hij nogmaals langsliep om het te ervaren.

En het gebeurde opnieuw.

Wat je ervaart?

Dat is lastig te definiëren, maar ’t is alsof je in een immense zwarte leegte kijkt. ’t Voelt vertrouwd en er is herkenning. Alsof je heel even weer weet wie je werkelijk bent en waarom je hier op aarde ronddoolt.

De volgende keer wil ik de compatibele entiteit aanspreken. Wellicht kunnen we samen een experiment doen, waarbij we niet wegkijken na die fractie van de seconde.

Zien waar we belanden.

Van de week sprak ik met een collega over het leven. Hij vertelde dat het mijne ongecompliceerd aandeed, omdat ik als vrijgezel immers kon doen wat ik wilde. Maar de beste man is zelf altijd getrouwd geweest en heeft al kleinkinderen. Hij hoeft zijn status quo alleen nog maar te behouden. Als hij die eeuwige vrijgezel was geweest die ik ben, dan zou hij wel hebben geweten van ’t lege huis en de donkere winternachten, ’t sterk moeten zijn voor jezelf alleen. Maar goed, hij is helemaal verweven met dit bestaan, terwijl ik mijn heil juist zie in onthechten. Alzo redenerende scoorde hij toch een onbedoeld punt. Mijn leven ondervindt weinig complicaties. Nee, ’t is een en al stimulans.