In 1921, gepubliceerde Carl Jung psychologische typen, waarin hij mensen gecategoriseerde in primaire vormen van psychologische functies. In de jaren 1940 bouwden Katharine Cook Briggs en haar dochter, Isabel Briggs Myers voort op het door Jung ontwikkelde onderzoek en ontwikkelden hun eigen theorie over psychologische types waarin 16 persoonlijkheden werden opgevoerd. Nu ben ik niet zo van de persoonlijkheidstests, maar een artikel op LinkedIN haalde mij over. De uitslag was treffend. Echt een eyeopener.

Ontevreden of ongelukkig zijn in de rijke wereld waarin ik werd geboren. Het maakt dat ik mij soms schuldig voel. Maar misschien is de welvaart wel juist het probleem. Mensen hebben elkaar immers niet meer nodig. Waar mensen vroeger druk moesten samenwerken om de eindjes aan elkaar te knopen, waar men ’s avonds gezellig met zijn allen rond de tafel zat en waar iedereen in ’t zelfde schuitje zat, is ’t tegenwoordig iedereen voor zich. Televisies, computers en mobieltjes hebben wat dat betreft ook weinig goeds gebracht. We zitten liever voor een slechte tv-serie of in een chatsessie over niks, dan in een warm persoonlijk gesprek op de bank. Neem alleen het buurtje waar ik sinds 10 maanden woon eens in ogenschouw. ’t Is in een middelgroot dorp, maar ’t doet aan als stadsbuurt. Ik weet de namen van mijn aanwonende buren niet eens. ’t Is allemaal import. Niks praatjes over de heg. Behalve mij is er maar 1 persoon in de straat die geïnteresseerd lijkt te zijn. Dat individualistische zorgt er ook voor dat je niks meer voor elkaar over hebt. Je kunt immers veel meer van elkaar hebben als je elkaar mag. Niet dat ik als ongelukkig te boek sta of wil staan overigens. Meestal is ’t geluk wel van mijn gezicht te lezen. Maar, we hebben allemaal weleens zo’n momentje. Interessant is ook dat het geluksgevoel verschilt per regio / werelddeel. Een bevriende Belg zei eens dat hij vond dat men in de stad Groningen allemaal zo somber voor zich uit keek. Hij werkte daar ad interim en was Brusselaar. Ik herken dat ook van mijn reizen. In bepaalde streken stralen de ogen van mensen veel meer, terwijl zij soms vele malen minder dan ons bezitten. Geld maakt dus helemaal niet gelukkig. Maar goed, dat wisten we natuurlijk ook al. Ik tenminste wel. Elkaar nodig hebben is wat gelukkig maakt.

Elkaar in de ogen kijken en merken dat je door elkaars ogen in contact komt te staan met een andere wereld.

Ooit zo’n ervaring gehad?

Zo eens in de 2 jaar kom ik een medemens tegen, die blijkbaar “compatibel” met mij is. Iemand die ik in een fractie van een seconde zo diep in de ogen kan kijken, dat wij beiden in een trans komen.

De laatste keer dat het gebeurde was afgelopen jaar. In de Jumbo aan de van Loonstraat te Leeuwarden. De persoon in kwestie was er zo door gefascineerd dat hij nogmaals langsliep om het te ervaren.

En het gebeurde opnieuw.

Wat je ervaart?

Dat is lastig te definiëren, maar ’t is alsof je in een immense zwarte leegte kijkt. ’t Voelt vertrouwd en er is herkenning. Alsof je heel even weer weet wie je werkelijk bent en waarom je hier op aarde ronddoolt.

De volgende keer wil ik de compatibele entiteit aanspreken. Wellicht kunnen we samen een experiment doen, waarbij we niet wegkijken na die fractie van de seconde.

Zien waar we belanden.

De eerste onweersstormen van dit jaar zijn een feit en gisteren mochten we ook de eerste tropische dag al turven. Ik leef er helemaal van op. Zodanig zelfs dat ik ben begonnen met een gezondheidskuurtje. Ik was wat aangekomen, zodat ik mij maar nauwelijks meer met ontblote torso durfde te vertonen. Eventjes geen biertjes meer dus. En de app van Biernet verwijderd. Snel even wat kilo’s kwijtraken nu. Een ietsje ijdel zijn is goed voor de mens, want zien dat je er goed uitziet is immers goed voor je zelfbeeld.

Blij zijn met jezelf is goed.

Mijn jacht op huis en vast werk is ook nog volop in bedrijf. Omdat ik niet te overhaast tot die aankoop van dat nog te vinden droomhuisje wil overgaan, ga ik tussendoor nog even voor een huurwoning. Dan ben ik wat sneller weg uit de situatie van nu en dat creëert weer tijd. Qua banen is het overigens ook een kwestie van, er even tegenaan lopen. De passende vaste baan is nog steeds de speld in de hooiberg.

Hoe dan ook: Change is on its way.

Van de week sprak ik met een collega over het leven. Hij vertelde dat het mijne ongecompliceerd aandeed, omdat ik als vrijgezel immers kon doen wat ik wilde. Maar de beste man is zelf altijd getrouwd geweest en heeft al kleinkinderen. Hij hoeft zijn status quo alleen nog maar te behouden. Als hij die eeuwige vrijgezel was geweest die ik ben, dan zou hij wel hebben geweten van ’t lege huis en de donkere winternachten, ’t sterk moeten zijn voor jezelf alleen. Maar goed, hij is helemaal verweven met dit bestaan, terwijl ik mijn heil juist zie in onthechten. Alzo redenerende scoorde hij toch een onbedoeld punt. Mijn leven ondervindt weinig complicaties. Nee, ’t is een en al stimulans.

Besloten om mijn telefoon ’s avonds uit te zetten, omdat ongelukkig gekozen momenten om te socialiseren, abrupt, schril met stiltes contrasterende beltonen, die tot in de kieren disharmonieus interveniëren in ensemble met paniekerig-associatief vibreren, zo dikwijls slecht belonen en mijn geboren kalmte, in significante tijden soms ernstig kunnen doen verstoren in mijn huis, ‘t hutje op de hei, ‘t rustoord waarin ik des avonds zo onverstoorbaar en onhoorbaar als mogelijk is, geheel zonder sjablonen genietend van koffiebonen en rumbonen, bewonderend en beoefenend de kunstenarij, de krent in de brij, zinnen probeer te verzetten. Ik wens bij tijden niet langer gepenetreerd te worden door andermans droevige parelglans, overvleugelende cadans of beteugelende balans.

rca