De smartphone: Een killer uitvinding

In mijn studententijd leerde ik gitaarspelen, zodat ik mijzelf kon begeleiden. Ik zong namelijk graag. Liedjes van Bob Dylan, Simon & Garfunkel en dergelijke, maar ook wel klassieke stukken. Op een gegeven ogenblik begon ik op te nemen en nog later compileerde ik er zelfs een viertal cd’s van. En hoewel dat erg leuk en leerzaam was om te doen, spijt het me geweldig dat ik zo kwistig ben geweest met het uitdelen van de werkjes. Het werden stokken om mee te slaan. De kwaliteit en nummerkeuze waren veelal belabberd. Toch was niet alles bagger. Hierbij wat highlights / samples.

Iemand opperde eens dat mijn openheid mij kwetsbaar maakt. “Men kan je overal op pakken Bernard.” Ik wist dat wel. Dan moet je sterk zijn. Ik herinner mij ineens weer hoe ik mijn nogal wat omvattende website van destijds verruilde voor een fotoblog, om niet meer op woorden te kunnen worden gepakt.

Ik blink uit in creativiteit en dat uit zich, behalve in mijn muziek en teksten, ook in mijn tekeningen. Ik houd van het snelle werk en gebruik het liefst pastelkrijt of houtskool op groot formaat. Maar ik teken ook wel met potlood. De hoogtepunten.

Mijn creativiteit komt verder nog tot bloei door middel van fotografie, webontwikkeling en de ontwikkeling van familiekronieken. Gelukkig levert de muziek de enige stok waarmee men echt kan slaan. Want de rest is bij vlagen best wel heel erg goed. En wat is er mooier dan openheid?

Mooie anekdote is dat verhaal over die collega bij Frico Cheese Wolvega van destijds (2002?). Tussen de stellingen in dat kaaspakhuis zong hij “De vlieger” voor mij. Het hele nummer. Dat werd toch een gedenkwaardig moment in mijn carrière. Waarom? Omdat het vertrouwen er was. Tegenwoordig zou men zo’n persoon al snel belachelijk maken door er stiekem opnames te maken en die rond te sturen. De smartphone had er nooit moeten komen.

Felrode kleuren

Gedurende de zomer van 1993 werkte ik bij een boer in Hernejärvi, bij Lisalmi. Google het maar even. De man runde er samen met zijn vrouw een boerenbedrijf met melkkoeien en bosbouw. Ik weet nog hoe hij mij direct al waarschuwde voor de bossen. “You easily can get lost in there! Don’t go too far!” Eigenwijs als ik was zou ik dat daarna natuurlijk al snel komen te ondervinden. Geluk bij dat ongelukje was dat ik daarbij zo kien was om mij naar een hoog punt te begeven. Ik was vrij snel weer “in control”. De boerderijen zijn er in felrode kleuren geschilderd.


De huishouding bestond uit een jong gezin met dochtertje en ma’s tijdelijk inwonende ouders. Die laatsten waren bezig met de bouw van een authentieke boomstammenwoning voor hunzelf. Wel weer met zo’n plaatstalen dak trouwens. Daken met dakpannen zijn namelijk niet 100% bij zoveel sneeuw. Marti, ma’s pa, vertelde dat wonen in een houten woning veel gezonder is dan wonen tussen bakstenen of beton. Dat is overigens wetenschappelijk ook aangetoond. Radonstraling. Het zit ook in modder. Nee, Marti was wel een man van de natuur / het oude stempel. Een van zijn andere tips was om een pol gras in de mond te doen als je onverhoopt in een wespennest was gelopen. Dan laten ze je met rust. De tip bleek te werken. Misschien omdat planteneters geen bedreiging zijn. Ik kan mij voorstellen dat je ’t niet gelooft, maar onthoud het toch maar. De kans dat je ooit eens aan een zwerm ten prooi valt is groot.

Maaien met de zeis. Dagelijkse kost. De stier vrat een kruiwagen per dag. Mijn vader was er een meester in.

Ik had niet veel privacy, voelde daar ook niet veel behoefte toe, maar had wel mijn eigen slaapkamertje op zolder. Naast dat harde bed met de ouderwetse sprei en het opgeslagen antieke meubilair, stond daar een zilverkleurig jaren 60-radiootje met cassettespeler. Ik kom ter zake, want ik zou de opnames die ik daar mee maakte later grijs komen te draaien. Het ging om enkele opvallend hartstochtelijk uitgevoerde werken voor piano. Chopin. Daaronder was ook dat meesterwerk, het Nocturno opus 27 no 2, waar ik verder eigenlijk geen mij aansprekende opname van ken. Omdat de presentatie van de uitzending Finstalig was, kon ik er helaas niet uit opmaken om welke pianist het ging. En deze vraag zou mij daarna niet meer loslaten. Het toeval wil dat ik het mysterie pas zeer onlangs, ruim 24 jaar na dato, wist te ontrafelen.

Het blijkt om Youri Egorov te gaan. De heel erg jong-ogende foto op de inlay zaaide nog even verwarring, maar er is er echt maar één die het op deze manier speelde. Speelde, want de Rus blijkt al in 1988 te zijn overleden. Vijf jaar voor mijn trip naar Finland, in Amsterdam. Zijn urn werd bijgezet te Driehuis. Misschien dat ik de site nog eens bezoek. Ik heb wel iets met begraafplaatsen.

Het wonder is geschied.

Onderstaand mijn opname van cassette verses de geremasterde op Spotify.