Ergens halverwege de jaren 90

Ergens halverwege de jaren 90 bedacht ik dat ik niet kon definiëren waar ik stond in de wereld. Het zette mij aan tot het schrijven van een interessant stukje proza. Waarvan ik de 1ste 2 alinea’s even voor je van zolder haalde.

Wie ben ik?
  • Ik ben iemand die heeft geleerd wat het is om de verliezer te zijn. Dat maakt mij tot de winnaar. Ik draag mijn leven op aan een ieder met een warm, rechtvaardig en oprecht hart, dat openstaat voor de wereld om zich heen.
  • Ik ben een dromer.
  • Ik kleed me sedert jaren consequent in het zwart. Enerzijds als stil protest op de hufterige manier waarop de mensen steeds vaker met elkaar omgaan en anderzijds als een eeuwigdurende vorm van meditatie. Het streelt bovendien mijn drang tot soberheid.
  • Ik ben iemand die van nature vertrouwen stelt in zijn nog onbekende medemens. Ik ben naïef. Naïeve mensen reflecteren hun eigen vertrouwenswaardigheid op de medemens. Dat is niet dom of slecht. Een ieder die naïeve mensen schaadt in het in hun gestelde vertrouwen, bespoedigt de verdere verloedering van de samenleving. Dat doet mij zeer.
  • Ik ben een purist.
  • Ik streef ernaar te leven als een diep door de aarde woelende ploeg. Ik wil zoveel mogelijk indrukken opdoen van alles wat ik tegenkom in het leven. Ik probeer mij de wetenschap eigen te maken die vertelt wat de essentie is van verschillende zaken. Ik verdoe mijn tijd alleen met materiële en oppervlakkige zaken (geld, carrière, zekerheid) wanneer dat noodzakelijk is. Ik ontdoe mij van zaken wanneer ik dreig vast te roesten.
  • Ik heb veel raakvlakken met mensen die bewust de eenvoud zoeken.
  • Ik ben een gevoelsmens.
Wat zou je minimaal moeten leren in dit leven?
  • Hoe wijzer, intelligenter en geleerder de mens is, hoe beter hij zou moeten inzien dat hij eigenlijk bijna niets weet.
  • Denk in hoofdlijnen, niet in details.
  • Laat dogma’s en doctrines je niet in de weg staan de waarheid te zien.
  • Sta niet steeds op je strepen als je ergens recht op hebt. Zorg dat je je plichten jegens de ander nakomt. Geef meer dan je neemt.
  • Stel liever open dan suggestieve vragen. Een open vraag geeft een opening voor een open antwoord. Wacht altijd rustig op het antwoord. Een oprecht en open gesprek kan heel veel goed doen.

Het werkje zou door de tijd heen naar een steeds kortere, kernachtigere tekst uitkristalliseren. De laatste update is van 2008.

De smartphone: Een killer uitvinding

In mijn studententijd leerde ik gitaarspelen, zodat ik mijzelf kon begeleiden. Ik zong namelijk graag. Liedjes van Bob Dylan, Simon & Garfunkel en dergelijke, maar ook wel klassieke stukken. Op een gegeven ogenblik begon ik op te nemen en nog later compileerde ik er zelfs een viertal cd’s van. En hoewel dat erg leuk en leerzaam was om te doen, spijt het me geweldig dat ik zo kwistig ben geweest met het uitdelen van de werkjes. Het werden stokken om mee te slaan. De kwaliteit en nummerkeuze waren veelal belabberd. Toch was niet alles bagger. Hierbij wat highlights / samples.

Iemand opperde eens dat mijn openheid mij kwetsbaar maakt. “Men kan je overal op pakken Bernard.” Ik wist dat wel. Dan moet je sterk zijn. Ik herinner mij ineens weer hoe ik mijn nogal wat omvattende website van destijds verruilde voor een fotoblog, om niet meer op woorden te kunnen worden gepakt.

Ik blink uit in creativiteit en dat uit zich, behalve in mijn muziek en teksten, ook in mijn tekeningen. Ik houd van het snelle werk en gebruik het liefst pastelkrijt of houtskool op groot formaat. Maar ik teken ook wel met potlood. De hoogtepunten.

Mijn creativiteit komt verder nog tot bloei door middel van fotografie, webontwikkeling en de ontwikkeling van familiekronieken. Gelukkig levert de muziek de enige stok waarmee men echt kan slaan. Want de rest is bij vlagen best wel heel erg goed. En wat is er mooier dan openheid?

Mooie anekdote is dat verhaal over die collega bij Frico Cheese Wolvega van destijds (2002?). Tussen de stellingen in dat kaaspakhuis zong hij “De vlieger” voor mij. Het hele nummer. Dat werd toch een gedenkwaardig moment in mijn carrière. Waarom? Omdat het vertrouwen er was. Tegenwoordig zou men zo’n persoon al snel belachelijk maken door er stiekem opnames te maken en die rond te sturen. De smartphone had er nooit moeten komen.

Cursus nat scheren / scheren met het mes

Ik hoor het jullie al denken. Is dit het ei van Columbus?

Tja, want ik zie het overal om mij heen. Al die mannen die de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt. Dat scheren voor het douchen bijvoorbeeld. Helemaal verkeerd. En dan maar klagen over dat de mesjes er zo snel doorheen gaan. Dat de huid zo ontstoken raakt. Opscheppen dat men zo’n zware baard heeft. Nee, iedereen weet van het mes en de spuitbus, maar van het verhaal van het verzachtende water heeft men nog nooit gehoord.

Ik leerde de kunst van het scheren van kapper Siebenga.

Kapper Siebenga was een legendarisch figuur in Rottum. Rond zijn 88e werd hij gelauwerd door de burgemeester, omdat hij 65 jaar kapper was geweest. We spreken eind jaren 80 of begin jaren 90. Ik kwam er graag, want ook al was de beste man niet altijd even optimistisch, hij knipte precies naar mijn smaak. Zijn prijs per knipbeurt liep met de jaren op naar ƒ7,50 en voor een paar euro meer kreeg je er een koekoeksklok, wandbord of zonnelamp bij, want de zaak deed tevens dienst als kringloopwinkel. Maar Siebenga zat ook altijd wel verlegen om een praatje. Dat maakte de contacten waardevol. Kapperspraatjes zijn normaliter immers vaak zo gekunsteld. Nee, ’t was quality time. En als er nog andere oude mannetjes waren aangeschoven eindigde ’t niet zelden in schunnige praat. Qua entourage waande je je er helemaal in de jaren 50. ’t Was een museumpje waardig geweest. Zo jammer dat de boel later is verkocht en verbouwd.

De kunst according to Siebenga

  • De haren moeten zacht worden van water. Om dat te bereiken moet je deze eerst ontvetten. Vooraf douchen / de baard wassen met zeep dus. Direct voor het scheren weer nat maken met warm water.
  • De scheergel of -schuim is bedoeld om de huid te beschermen tegen het mes. Het is de groene zeep op de glijbaan, maar het ontvet en verzacht de haren dus niet.
  • Scheer zo weinig mogelijk tegen de haarrichting in, want dat veroorzaakt ontstekingen.
  • Aftershave is bedoeld om infecties tegen te gaan na het scheren. Het gaat dus niet om het geurtje.

Al schrijvende bedenk ik dat mijn vader zich altijd overdag, tussen de zware boerenwerkzaamheden door scheerde. Even na de koffie of het middageten. Hij had nog zo’n ouderwetse set met kwast en hard blokje scheerzeep. Dat werkte anders, want scheerzeep ontvette ook. Tezamen met het hete water maakte dat de haren ook zonder wasbeurt al zacht. Mijn vader zou zich dus ook geen raad hebben geweten met een spuitbus. Is dit waarom hij en zijn generatie de kunst niet aan de mijne heeft overgedragen?

Ik knip mij overigens al jaren zelf, want ik was nooit zo gecharmeerd van de latere generatie kappers. Alleen vanuit dat tijdrovende aspect al. Het mèt afspraak nog op je beurt moeten wachten. Om vervolgens, getergd door gekriebel in de kraag weer thuisgekomen, te moeten vaststellen dat het toch wéér niet helemaal is wat je had besteld. Nee, jezelf knippen leert verrassend snel. En je kunt je er lekker in uitleven. Lekker onprofessioneel veel uitdunnen geeft je bijvoorbeeld zo’n aparte, door kenners als “vezelig” aangemerkte, organische look.

Bovenstaande tekst is vanuit goede bedoelingen geschreven.

Felrode kleuren

Gedurende de zomer van 1993 werkte ik bij een boer in Hernejärvi, bij Lisalmi. Google het maar even. De man runde er samen met zijn vrouw een boerenbedrijf met melkkoeien en bosbouw. Ik weet nog hoe hij mij direct al waarschuwde voor de bossen. “You easily can get lost in there! Don’t go too far!” Eigenwijs als ik was zou ik dat daarna natuurlijk al snel komen te ondervinden. Geluk bij dat ongelukje was dat ik daarbij zo kien was om mij naar een hoog punt te begeven. Ik was vrij snel weer “in control”. De boerderijen zijn er in felrode kleuren geschilderd.


De huishouding bestond uit een jong gezin met dochtertje en ma’s tijdelijk inwonende ouders. Die laatsten waren bezig met de bouw van een authentieke boomstammenwoning voor hunzelf. Wel weer met zo’n plaatstalen dak trouwens. Daken met dakpannen zijn namelijk niet 100% bij zoveel sneeuw. Marti, ma’s pa, vertelde dat wonen in een houten woning veel gezonder is dan wonen tussen bakstenen of beton. Dat is overigens wetenschappelijk ook aangetoond. Radonstraling. Het zit ook in modder. Nee, Marti was wel een man van de natuur / het oude stempel. Een van zijn andere tips was om een pol gras in de mond te doen als je onverhoopt in een wespennest was gelopen. Dan laten ze je met rust. De tip bleek te werken. Misschien omdat planteneters geen bedreiging zijn. Ik kan mij voorstellen dat je ’t niet gelooft, maar onthoud het toch maar. De kans dat je ooit eens aan een zwerm ten prooi valt is groot.

Maaien met de zeis. Dagelijkse kost. De stier vrat een kruiwagen per dag. Mijn vader was er een meester in.

Ik had niet veel privacy, voelde daar ook niet veel behoefte toe, maar had wel mijn eigen slaapkamertje op zolder. Naast dat harde bed met de ouderwetse sprei en het opgeslagen antieke meubilair, stond daar een zilverkleurig jaren 60-radiootje met cassettespeler. Ik kom ter zake, want ik zou de opnames die ik daar mee maakte later grijs komen te draaien. Het ging om enkele opvallend hartstochtelijk uitgevoerde werken voor piano. Chopin. Daaronder was ook dat meesterwerk, het Nocturno opus 27 no 2, waar ik verder eigenlijk geen mij aansprekende opname van ken. Omdat de presentatie van de uitzending Finstalig was, kon ik er helaas niet uit opmaken om welke pianist het ging. En deze vraag zou mij daarna niet meer loslaten. Het toeval wil dat ik het mysterie pas zeer onlangs, ruim 24 jaar na dato, wist te ontrafelen.

Het blijkt om Youri Egorov te gaan. De heel erg jong-ogende foto op de inlay zaaide nog even verwarring, maar er is er echt maar één die het op deze manier speelde. Speelde, want de Rus blijkt al in 1988 te zijn overleden. Vijf jaar voor mijn trip naar Finland, in Amsterdam. Zijn urn werd bijgezet te Driehuis. Misschien dat ik de site nog eens bezoek. Ik heb wel iets met begraafplaatsen.

Het wonder is geschied.

Onderstaand mijn opname van cassette verses de geremasterde op Spotify.

Cursus navigeren met de zon

Vanmiddag sprak ik een toevallige voorbijganger op een terras. Hij vertelde over zijn met gps uitgezette wandeling over het Drentse pad en ik vertelde dat ik navigeerde met behulp van de zon. Meneer vond dat opzienbarend. Het bracht mij op het idee van deze cursus.

Welnu.

Wat je moet weten is dat de zon ongeveer in het oosten tot zuidoosten opkomt, dat deze rond het middaguur ongeveer in het zuiden staat, halverwege de middag in het westen en bij zonsondergang in het noordwesten. Meer is het niet.

Na 1 of 2 keer oefenen merk je dat het heel snel in je systeem gaat zitten. Je gaat ongemerkt letten op waar de zon staat. Als je ergens halverwege de middag vertrekt en de zon staat rechts van je, dan weet je dus dat je zuidwaarts gaat. Dan weet je automatisch ook dat je de zon links van je moet krijgen als je terug wilt. Als de reistijd vele uren is, dan moet je iets rekening houden met de draaiing van de zon om de aarde. Als je bijvoorbeeld rond het middaguur vertrekt met de zon loodrecht op je linkerzijde (je gaat dan naar het westen) en je keert pas aan het einde van de middag terug, dan moet je de zon linksachter je zien te krijgen.

Als je dit begrijpt, dan kun je navigeren met behulp van de zon. Gefeliciteerd. Zo simpel is het dus.

Nee, dan die cursus ’s nachts navigeren met sterren. Honderd keer moeilijker.

Praatje over de heg

Vanavond was ik eventjes in de voortuin aan het werk toen er een man met een hondje langs liep. Jaar of 50, beetje dikkig, krullend maar kalend. Ik heb het over de man, de hond had ook krullen.

Ik groette, zoals ik iedereen die ik voorbij kom groet, en meneer bleef staan voor een praatje. Het ging al snel (weer) over mijn blote voeten. Of ik soms ook van sauna’s hield of nudist was. Nee, vertelde ik in veel teveel woorden. Ik houd gewoon van de natuur en de beste manier om natuur te beleven is op blote voeten. Immers, je voelt tot in detail waar je loopt, hoe warm of koud het is, hoe nat en hoe hard en hoe vloeibaar of rul het is. Een volmaakte prikkeling van de sensoren en de bloedcirculatie.

Meneer sliep naakt, zo liet hij in respons weten. En hij zou na ons praatje weer met zijn vrienden op Facebook worden herenigd. Hij filosofeerde dat een dagbesteding op sociale media soms best een zinvolle dag kan opleveren. “Alles hangt af van wat je krijgt voorgeschoteld.”, aldus meneer. We werden het daarover niet eens.

Naarmate het gesprek vorderde kreeg ik er een, in toenemende mate, vervelende bijsmaak bij. Wat wilde de man eigenlijk? Was het weer zo’n, natuurliefhebberij met geilheid verwisselende, blote voeten-fetisjist? Nou goed, whatever, laat hem mij maar opzoeken op Facebook. Ik zit er op, evenmin als hij zal zijn te vinden in de natuurgebieden, die ik zo dikwijls bezoek.

Nope, no problem here!

Een mannen onderonsje...

Drenthe

Folders en kranten. De nee-nee-sticker zit er al op. De verhuizingen zijn gewoon geworden. Zelfs zo gewoon dat ik geen verhuiskaarten meer krijg. Mijn adres in veler adresboek. Getypext & herschreven. Pleisterlagen. Tot minimeters dik. Men vind ’t wel best. Mij deed het herleven. Ik denk alweer aan een volgend gewest.

Heel apart dagje

De dag van het sollicitatiegesprek bij Gemeente Emmen, waarbij diepgaande vragen inzake BGT werden gesteld, terwijl de cursus nog moest plaatsvinden en terwijl ik er nog nooit mee had gewerkt. Slechts 1 van de 3 kandidaten – het was een groepsgesprek met 3 kandidaten voor evenzoveel vacatures – kon er iets zinnigs over zeggen, waarop men opperde dat wij direct al volop productie moesten kunnen draaien. Men keek vertwijfeld. Ik vond het fascinerend. Een korte demonstratie wees vervolgens uit dat het om sterk repetitieve werkzaamheden ging. Of we daar wel mee konden leven. Tja, nou…

De volgende dag vernam ik dat men geen brood in mij zag. Een andere kandidaat had de eer al aan zichzelf gehouden. Slimme jongen. Nee, ’t is wel best zo. We bevinden ons in hoogconjunctuur en de uitmuntende referenties stapelen zich op. ’t Zal toch eens weer goed moeten komen.